Meer goed nieuws voor wie aan het dromen geslagen is: je vliegt van Zaventem in viereneenhalf uur naar Ponta Delgada –de grootste stad op São Miguel, het grootste van de negen eilandjes– met je gewone identiteitskaart, betaalt er met de euro en rijdt er rechts op goed aangelegde wegen waar ze nog nooit van file hebben gehoord. Al komt het fileconcept soms toch even om de hoek loeren: als een kudde koeien aangeslenterd komt, de kalfjes veilig in het midden tussen de ranke moederdieren, die wel weten dat de aankomende voertuigen gewoon stoppen tot ze voorbij geslenterd zijn. Het handje van de boer erachteraan, gaat al even traag omhoog.
Een ruig Hawaï zonder strand zijn deze eilandjes, want de ruige, zwarte, rotsige kust danken de Azoren aan de vulkanische oorsprong. Waar de Noord-Amerikaanse, de Euraziatische en de Afrikaanse plaat samenkomen, botst en bruist het onder de zeebodem. Bang zijn de Azorianen niet van deze vulkanische activiteit: ze weten goed dat hun eilandjes gewoonweg niet bestonden zonder dat leven en gebruiken de warmte, het extra land dat hen dat soms oplevert in hun voordeel. Maar een beetje geloof ter bescherming tegen al dat natuurgeweld kan natuurlijk nooit kwaad: elk dorp op het lila eiland Terceira heeft zijn imperio, zijn kleurrijke kapelletje.

Slow food
De Azorianen omarmen hun bergen en kraters en installeren er wellnesszones en wandelroutes en gebruiken de warmte zelfs om eten klaar te maken, cozido nas caldeiras. Kool, wortelen en zoete aardappel gaan samen met allerlei soorten vlees, ja, ook lever en bloedworst, in een kom die voor dag en dauw in diepe putten in de warme bodem gestopt wordt. En zo hebben ze hier in Furnas hun eigen toppunt van slow cooking: na een dikke zes uur ondergronds pruttelen op zo'n 70 graden sturen de plaatselijke restaurants om half een 's middags hun mannetjes om de kommen op te graven, voor de ogen van de toeristen die de zware kost even later in het restaurant op hun bord krijgen.

Op die ruige kost volgen al even zware desserts. Met dank aan de kloosters, die het eiwit gebruikten om kleren te stijven. De eigelen verwerkten ze in hun nagerechten: er komt veel flan op tafel en het verrassend lekkere doce de vinagre: een dessert op basis van eigeel en azijn.
Aan die kloosters danken de Azoren ook hun wijncultuur. Al stootten de boeren die de wijngaarden wilden aanleggen op de lavabodem en dus op stenen. Heel veel stenen. Ook dat draaiden ze in hun voordeel: met de zwarte lavastenen uit de grond bouwden ze muurtjes in de wijngaarden. De wijn zit in het oneindige aantal kamertjes beschut tegen wind, werelderfgoed dat het zien waard is. De zwarte stenen warmen op in de zon waardoor de wijnranken beter groeien.

'We never choose the easy way', zegt een hotelbediende, terwijl ze de weg naar het zwembad wijst: niet door de glazen deur waarachter het blauwe bad ligt te blinken, maar via een poortje dat ons eerst door een lange gang de andere kant uit toch bij het zwembad brengt. Overdekt, want de weergoden mogen dan mild zijn met een constante gemiddelde temperatuur die het jaar door varieert tussen 16 en 26 graden, ze trakteren de eilanden niet voor niets elke dag op vier seizoenen. 'Maar luister naar het weerbericht en volg de zon,' zegt gids Eduardo Elias da Silva, 'niet de regen en de mist.' En zo weet je meteen ook waaraan de natuur al die prachtige tinten groen dankt.

Walvissen spotten
Groen dat van op zee nog prachtiger te bewonderen valt en dus stappen we na een korte les walvis- en dolfijndetermineren bij het wereldberoemde zeilcafé Peter's Café Sport aan boord van de José Azevedo. Een catamaran met de naam van de eigenaar van het bij zeilers wereldberoemde Café Sport. Toen een Engelsman de kleine José Peter noemde omdat die op zijn zoon leek, kreeg het café, nu uitgebaat door Peters kleinzoon, zijn huidige naam: Peter's Café Sport. Topadresje: pintjes voor 1 euro, gin tonic voor 2,50 euro en vooral het uitgelaten enthousiasme van mensen die in geen maanden voet aan vaste bodem zetten. Het ideale vertrekpunt voor óns zeeavontuur, een walvisspottocht.

Met de vraag om te gaan zitten en het vooral te melden als je je niet goed voelt, stuiven we de zee op. De man aan het stuur staat in contact met de uitkijkposten op het vasteland om ons de juiste richting uit te sturen, de richting waar walvissen gezien werden. Enkele gestreepte dolfijnen voeren een show op voor onze boot. 'De eerste die ik zie dit jaar', roept de man van de les, marinebioloog Aderio, enthousiast. Een boot in de buurt spotte een potvis: wachten we drie kwartier, als het een mannetje is, of anderhalf uur op het wijfje, voor ie weer lucht komt happen? De intercom meldt een ander exemplaar verderop. We zetten ons schrap en snellen ernaartoe met twintig knopen. Snel, maar nog altijd acht knopen minder snel dan de gestreepte dolfijn. Als het weer naar dobberen gaat, vat iedereen post aan de reling en speurt naar fonteintjes. Tot Aderio veert recht en wijst: 'Daar!' Meer dan een fonteintje in de verte krijgen we niet te zien. 'Ik denk dat ze gestresseerd zijn', zegt Aderio. Dat verbaast ons eigenlijk niets. We kunnen beter vertrekken naar een plaats waar baleinwalvissen zijn gesignaleerd. Daar dobbert ook het eerste bootje speurend rond. Enkele gewone dolfijnen spelen voor onze boeg. Aderio wordt bijna nerveus –'met twee boten en we zien er geen!'– tot hij het fonteintje spot. 'Yes!' Gezien het beest zijn vin en zijn spuitgat niet tegelijk laat zien, moet het een gewone vinvis zijn: met zijn tachtig ton het grootste dier op aarde na de blauwe vinvis. Zijn vin lijkt niet veel groter dan die van een dolfijn, maar de kolossale rug verraadt dat onder water een veel groter dier schuilt. Maar helaas geen fotomodel: alleen bij de bultrug is de staart licht genoeg om die boven het water uit te steken.

We keren onder een prachtige lucht met een halo rond de zon terug richting Faial, waar we de haven van Horta binnenvaren. Kleurrijke prenten prijken er op de kade en op de banken en op elk stukje beton dat wie er aanmeert, er kon vinden. Allemaal kleine kunstwerkjes die het enthousiasme na zoveel weken op zee met uitbundige kleuren uitschreeuwen. Eentje trekt de aandacht en vat misschien wel het ultieme Azorengevoel: happy to be here, sad to leave.
 

Tips
3x actief

- Diepzeeduikers kunnen in het Underwater Archaeological Park in de baai van Angra do Heroísmo op het eiland Terceira een (bewegwijzerde!) route volgen langs 33 ankers uit de tijd van de ontdekkingsreizen.

- De Trilho dos Dez Vulcões, het tienvulkanenpad, op Faial, leidt wandelaars in acht uur (of vier aparte wandelingen van tweeënhalf uur) van de groene krater Caldeira, die een miniweerspiegeling van het eiland lijkt, naar de kust langs tien vulkanen.

- Peter Café Sport laat triatleten met zeebenen elk jaar 12 mijl windsurfen, 40 km mountainbiken en 5 mijl kajakken, met aankomst aan het wereldberoemde zeilerscafé. Benieuwd of de winnaar van dit jaar net als vier jaar geleden ook de olympische triatlon op zijn naam schrijft. www.petercafesport.com

3x wellness
- Het paradijs voor een prikje vonden we in Terra Nostra Park in Furnas op Saõ Miguel: centraal in de exotische botanische tuin dobber je in een enorm buitenbad met water uit de thermale bronnen. Warm, maar amberkleurig en dat zou therapeutisch werken, maar het geeft ook je badpak een kleurtje.

- Zwemmen in de zee, maar dan met een constante watertemperatuur van 30 graden? Het kan (gratis) aan de Termas da Ferraria op het eiland Terceira. Voor de prijs moet je het bijhorende wellnesscentrum niet bezoeken, maar dankzij de ligging (voorbij het eind van de wereld daal je een weg vol haarspeldbochten af naar een nieuw stukje eiland met dank aan de vulkaan) een tip voor wie er echt helemaal tussenuit wil. www.termasferraria.com

- In het kustplaatsje Biscoitos, ook op Terceira, zijn tussen de rotsen verschillende natuurlijke zwembaden ontstaan: afgeschermd van de branding warmt de zon er de zwarte rotsen en het ijzerrijke water op.

3x logeren
- Aan de rand van Angra do Heroísmo, een stadje werelderfgoed op Terceira, ligt viersterrenhotel Terceira Mar: een beetje grootschalig, maar niets kan op tegen het zeezicht dat alle kamers hebben op de baai, waar de vijf dolfijnen die er wonen, zich geregeld laten spotten. Vanaf 27,20 euro p.p.p.n.

- Quinta do Martelo: De eigenaars van deze quinta op Terceira leiden met heel veel passie het openluchtmuseum dat ze van hun sinaasappelplantage gemaakt hebben. Als B&B of als huurhuisje, met zwembad. Vanaf 84,80 euro voor een tweepersoonskamer met ontbijt, huisjes vanaf 120 euro per dag. www.quintadomartelo.net

- Adegas do Pico zijn fraai gerenoveerde authentieke vakantiehuisjes in zwarte lavasteen, verspreid in de buurt van Prainha, aan de noordoostkust van het prachtige, groene Pico en vol vuur uitgebaat door Maria. Vanaf 27,20 euro p.p.p.n. in een huisje met 1 slaapkamer.
www.adegasdopico.com

3x bezoeken
- Het museum Capelinhos bij Capelo op Faial zit in de vuurtoren waarvan sinds 1957 een verdieping onder de as zit. Je doet er zelf wetenschappelijke proefjes, kunt er een 3D-film bekijken en komt er alles te weten over de vulkaan. Genomineerd als Europees museum van het jaar.

- Indrukwekkend om te zien hoe in de walvisfabriek van Porto Pim op Faial de gedode walvissen (alleen de potvis, want dat is de enige walvis die blijft drijven na zijn dood) binnengesleept werden en verwerkt werden tot er werkelijk niets van overbleef.

- Lijkt Zorro elk moment boven de kleurrijke gevels tevoorschijn te kunnen springen in Angra do Heroísmo op Terceira, dan waan je je Indiana Jones in de Algar do Carvão. De vulkaankrater herbergt een minibos waarin het altijd regent en een grot tot honderd meter diep.

3x eten
- Reserva Wine & Tapas Bar, Ponta Delgada, São Miguel: verborgen geheim in een achterafsteegje (Travessa do Aterro 1, Matriz), maar met tapas om duimen en vingers bij af te likken, zoals bloedworst met appeltjes en heerlijke kastanjes.

- Sabores do Chef, Praia da Vitória, Terceira: gepeperde inktvis met beet vergezeld van een vispuree met mosseltjes en schelpjes die meer is dan de traditionele 'broodsoep'.

- Mooiste picknickplaatsje: met speeltuigen bij de banken en een minidierentuin, gelegen op de top van de Monte Brasil in Angra do Heroísmo op Terceira, die op zich al een avontuur is: een militair geeft je groen licht als je mag binnenrijden.

3x Vlaams
- De bereiding van de zoute, plaatselijke kaas van São Jorge zou in de zestiende eeuw begonnen zijn onder invloed van de Vlamingen die zich er vestigden.

- De plaatsnaam verraadt het al: in Flamengos op het eiland Faial vestigden zich in de vijftiende eeuw de Vlamingen die de Portugese kroonprins Hendrik de Zeevaarder inschakelde om de eilanden te bevolken.

- Het plaatsje Biscoitos op het eiland Terceira heeft met casa Brum een museum dat 400 jaar Azoriaanse wijncultuur vervat. Met in de geschiedenisboeken zwart op wit dat Brum eigenlijk van Van der Bruyne stamt.

Praktisch
Jetairfly vliegt (tot 8 oktober) elke week op maandag naar Ponta Delgada, de grootste stad van de Azoren, op het oostelijke eiland São Miguel. Prijzen vanaf 49,99 euro per persoon per traject, taksen inbegrepen.www.jetairfly.com

Jetair heeft een brochure uit over de Azoren met daarin voor vijf van de negen eilanden aanbiedingen aan de hand van combiformules met bijvoorbeeld verblijf en huurwagen en transfers. www.jetair.be/azoren of bij uw reisagent

VTB Reizen organiseert een achtdaagse begeleide rondreis, eventueel met walvisspotting, met vertrek op 11 juni, 16 juli en 10 september op vier van de eilanden. Prijzen van 2.290 tot 2.390 euro per persoon. www.vtb-reizen.be of bij uw reisagent

Meer info over de Azoren vind je op www.visitazores.com