Grond: wat is dat eigenlijk? Elke bodem heeft in principe dezelfde samenstelling: de helft is vast, de helft wordt ingenomen door holten en poriën. Het vaste deel is voor 48 procent mineraal, voor 2 procent organisch. De andere helft – de gaatjes, kieren en spleten – is gevuld met gelijke delen water en lucht. Over welke grondsoort je beschikt in je tuin, hangt volledig af van de samenstelling van de minerale bestanddelen in de bodem. Minerale bestanddelen kan je je best voorstellen als allemaal kleine korreltjes. Met een oplopende grootte. Klei wordt gevormd door de allerkleinste, ze meten hooguit 0,002mm of nog kleiner. Leem is wat groter, dan komt zand in de grootteorde en tot slot grind. Grind bestaat uit de grootste stukken en die meten 2mm of meerzelfs groter.

Gesloten cirkel
In bijna elke grond vinden we zand, leem en klei terug. Het is hun onderlinge verhouding die de grondsoort bepaaltbepaalt welke grondsoort je in je tuin hebt. Zandgrond zal logischerwijs meer zanddeeltjes bezitten en leemgrond meer leemdeeltjes. Zo eenvoudig werkt dat.
Uiteraard is het onderscheid niet altijd even duidelijkniet steeds zwart-wit. Er is ookHet kan ook zijn dat je lemige zandgrondhebt, met meer zand dan leem. Of zandleem, met meer leem dan zand. Redelijk theoretisch allemaal, maar makkelijk te volgen. Op de bodemkaart van Vlaanderen zie je de verschillende landbouwstreken: dit schept een goed globaal beeld, maar opgelet: plaatselijk kunnen er nog wel verschillen optreden.

Al onze planten staan met hun voeten in de grond. Het systeem is simpel: de bodem voedt de plantenhet is de bodem die de planten voedt en in een gesloten cirkel maakt de grond zichzelf daardoor weer vruchtbaar. Dood plantaardig – en ook dierlijk – materiaal wordt afgebroken en omgezet tot humus en mineralen, net zoals in onze compostbak. Meteen heb je hier de allerbeste en de goedkoopste bodemverbeteraar genoemd die je maar kan vinden – check onze rubriek over composteren van eerder deze maand (terug te vinden op nieuwsblad.be/life/groenman).

Minder frustraties
In elk geval kunnen we er maar beter zorgvuldig mee omspringen, met die bodem. Zonder een ecologische kruistocht te willen aangaan tegen alle exoten en elke vorm van grondbemesting en -bewerking, denken wij dat onze tuin geen geïsoleerde biotoop mag worden waarin we alles naar onze hand proberen te zetten. Bij de inrichting van een tuin moet je ruimer denkenis het de zaak om ruimer te denken en te bekijken waar ons eigen stukje groen zich bevindt in het landschap. Je kan beter deHet is veel beter om de aankleding van je tuin aan te passen aan de bodem, dan omgekeerdhet omgekeerde te willen doen. Niet alleen krijg je zo een harmonischer geheel en is het beter voor het milieuDit zal niet enkel zorgen voor een beter harmonisch geheel, en beter zijn voor het milieu, het zal vooral bovenal een hoop minder frustraties opleveren.

Onder en boven
Iedere grond is geschikt voor de aanleg van een mooie tuin: de perfecte tuingrond bestaat nieter bestaat echt niet zoiets als De Perfecte Tuingrond. Wat onder de grond zit, bepaalt mee het beeld boven de grond. Welke plantengroei mogelijk is, hangt af van de combinatie van het bodemtype en het gehalte aan organisch materiaal. Een kleibodem is zwaar en compact. Hij houdt goed voedingsstoffen en water vast. Een kleigrond met weinig organisch materiaal is ondoordringbaar. Wortels groeien moeizaam. De grote hoeveelheid water die door de klei (of het leem) wordt vastgehouden, kan in koude winters problemen veroorzaken voor sommige plantenwortels. Het water bevriest en de planten gaan stuk. Bodembewerking is behoorlijk zwaar. De bodem droogt pas laat in het voorjaar op en warmt daardoor ook traag op. Bijvoorbeeld De zwarte els doet het heel goed op dergelijke grond.

De eigenschappen van een leembodem zijn vergelijkbaar met die van een kleibodem, maar ze zijn minder uitgesproken. De zand-leembodem is een tamelijk lichte bodem, die snel opwarmt en behoorlijk goed voedingsstoffen vasthoudt. Deze bodem laat een ruime plantenkeuze toe. Een zandbodem ten slotte is licht. Hij houdt weinig voedingsstoffen en water vast. Een zandbodem warmt snel op in het voorjaar. Brem bloeit hier vroeger dan op andere bodems. Op zandgrond kan nachtvorst nog laat in de lente voorkomen. Een zandgrond met weinig organisch materiaal is erg los, zodat water onmiddellijk naar de ondergrond loopt. De voorraad voedingsstoffen is dan ook klein. Dit kan sommige planten in de problemen brengen. Voorbeelden van mogelijke bomen die het in zand naar hun zin hebben, zijn veldesdoorn, witte els, berk, haagbeuk, zelfs een krentenboompje. De lijst van mogelijke plantensoorten is voor elk type bodem heel lang. Op de website kan je checken welke planten en bomen zich thuisvoelen in jouw tuin. www.deplantvanhier.be

Wist je dat…
… er oorspronkelijk er in Vlaanderen zo'n 1.500 verschillende soorten planten te vinden waren? Dat aantal is ondertussen al verdubbeld door exoten die beetje bij beetje zijn binnengesijpeld. Die zijn vaak dominant en durven de inheemse planten wel eens te onderdrukken. De keuze aan planten van eigen bodem is groot. Iedereen kan er zijn gading in vinden.

… als iedere Vlaamse tuinier een stukje tuin van slechts enkele vierkante meters onaangeroerd zou laten (niet mesten of maaien) het natuurgebied in Vlaanderen zou verdubbelen? Meer insecten, vogels en kleine zoogdieren zullen verschijnen.

… je ook aan groenbemesting kan doen als bodemverbetering? Groenbemesters zijn gewassen die massa's organisch materiaal opleveren dat men kan omspitten of composteren. Een goedkope, milieuvriendelijke manier om je grond te verbeteren.