Zo gewenst, een kind, vandaag. Maar nooit liepen bij hun geboorte meer kinderen de kans dat hun ouders niet samen zullen blijven. Dat ze, zegt Peter Adriaenssens, 'het meest essentiële dat hen bij de geboorte wordt geboden, verliezen'. En niet dat een scheiding altijd problematisch is, maar vanuit hun ervaring doen Peter Adriaenssens en Lut Celie toch graag een oproep naar ouders om bij scheiding het welzijn van hun kind niet uit het oog te verliezen.


Is er dan niet genoeg aandacht voor de kinderen bij echtscheiding?
Lut Celie: 'Ik vind dat het kind niet altijd de zorg en aandacht krijgt die het nodig heeft. Een scheiding is een bijzonder ingrijpende gebeurtenis die veel aan het wankelen brengt: basisveiligheid, basisvertrouwen, hechting, de hele bodem eigenlijk waarop de verdere ontwikkeling van het kind is gestoeld.'


Peter Adriaenssens: 'Ik vind dat de kloof groeit tussen ouders die het zeer zorgzaam doen en zij die scheiden alsof het om een futiliteit gaat. De mensen die niet stilstaan bij wat hun kinderen meemaken en uitspraken van het kind aangrijpen om zichzelf te sussen. Als een kind zegt: Het gaat wel, wat een normale reactie is want kinderen willen hun ouders niet nog meer belasten, wordt dat uitvergroot. Mijn kinderen hebben daar geen last van. Wie niet stilstaat bij wat een scheiding voor een kind betekent, is gevaarlijk bezig.'


Blijft niet scheiden de ideale situatie voor kind?
Peter Adriaenssens: 'Hét juiste antwoord op die vraag bestaat niet. Soms is een scheiding beter. Wij geven zelfs geregeld het advies van uit elkaar te gaan. Toch vind ik dat wij ook de taak hebben om mensen op te roepen van niet te lichtzinnig te scheiden. Wat moeilijk is, want het heeft iets normerends en we weten dat er ook veel mensen 'gelukkig gescheiden' zijn. Maar ik vind het toch verontrustend om van twintigjarigen massaal de opmerking te horen: We hopen dat we samen blijven. Voor het eerst zit de verlieshypothese al ingebouwd in de relatie. Alsof het niet meer eervol zou zijn om de moeilijke momenten, die elk koppel onvermijdelijk heeft, erbij te nemen.'


Lut Celie: 'Ik heb ook soms het gevoel dat wie uit elkaar gaat, niet altijd hóéfde uit elkaar te gaan. Ik hoor nog altijd dertigers die niet weten dat een relatie na verloop van tijd een ander elan krijgt, dat verliefdheid wordt omgezet in 'graag zien' en verbinding. Niet dat we terug moeten naar de verlovingscursussen van vroeger, maar relatieondersteuning, is daar niet ook nog iets te doen?'


Er wordt steeds 'properder' gescheiden, zonder roepen en tieren. Heeft dat gevolgen voor hoe kinderen de scheiding beleven?
Peter Adriaenssens: 'Je ziet inderdaad een groeiend miskend lijden bij 'stille' scheidingen. Cru gesteld: kinderen die hun moeder slaag hebben zien krijgen, kunnen zich beter het belang van een scheiding voorstellen. Papa is rustiger nu, mama weent niet meer. Bij die stille scheidingen, mist een kind een stuk evolutie. Het wordt voor een voldongen feit gesteld. En er leeft nog te veel de overtuiging dat je met kleuters niet kunt praten over wat er juist gebeurt. Terwijl jonge kinderen juist uitleg nodig hebben. Een scheiding heeft vaak te maken met intimiteit. Men is niet meer verliefd op elkaar, er is seksuele onvrede. En dat is de component van een relatie die jonge kinderen niet kennen. Die zien mama en papa als een broer en een zus. En een broer, die gaat toch ook niet zomaar weg? Pas op de leeftijd van tien, elf jaar, kan een kind de seksuele dimensie van een relatie vatten. Het gebeurt dan zelfs dat kinderen de film van de scheiding weer gaan afspelen en tot andere partijdigheden kunnen komen. Maar zolang een kind dat zelf niet kan bekijken, moet je het helpen.'


Lut Celie: 'Kinderen kunnen zeer verschillend reageren op een scheiding. Soms komt die reactie ook pas jaren later. Pubers die drie of vijf jaar na de scheiding plots signaalgedrag vertonen: woedeaanvallen, in hun schulp kruipen, krassen in de armen. Er kan veel tijd verlopen tussen de scheiding en het volle besef van het feit dat de ouders niet meer samen zullen komen. Een meisje zei me in één en hetzelfde gesprek: Lut, ik wéét wel dat ze uit elkaar zijn. En vijf minuten later: Als ik nu echt zou beseffen dat ze nooit meer in hetzelfde huis gaan wonen... Het is soms moeilijk om te weten wat zich op welk moment juist in die hoofdjes afspeelt.'


Hoe kun je daarmee omgaan?
Lut Celie: 'Erken het verdriet van het kind. Laat toe dat het kind zijn verdriet uit. Kinderen die 'afwijkend' gedrag vertonen, krijgen vaak heel snel een etiket opgepakt. ADHD, autisme. Vlaanderen stelt drie keer zoveel diagnoses als buurlanden. Dan denk ik: wat zijn we eigenlijk aan het doen? Kunnen we het niet als een gezond kind beschouwen dat een gezond signaal stelt na een scheiding? Daarom vind ik het belangrijk dat we competenties geven aan leerkrachten. Dat we hen helpen om te weten wat normaal is en wanneer het wel nodig is om verder te kijken.'
'Besef ook wat wij bij een scheiding van een kind verwachten. Dat het goed blijft studeren, dat het op alle vlakken blijft functioneren zoals voorheen. Een jongen van dertien zei me: Er kan geen druppel meer bij in mijn hoofd. En al dat rekenen moest er nog bij! Of een mama die op woensdag hoort dat haar man weggaat, op vrijdag is het zover en op maandag zit dat kind gewoon op school. Is het dan niet logisch dat zo'n kind op een bepaald moment reageert? Dat het zijn boosheid of zijn onmacht uit?'


Peter Adriaenssens: 'Het is belangrijk dat iemand de temperatuur meet bij je kind. Iemand die je kind kent en kan vergelijken met leeftijdsgenoten. Daarom hamer ik bij een scheiding ook op het belang van stabiliteit in de rest van zijn leefwereld. Het kind zit in een schil. Als er iets misloopt met de schil 'ouders' , zorg er dan voor dat het goed zit met grootouders, de buurt, de school. Begin niet te prutsen aan alles wat dat kind vasthoudt, want die rekening krijg je vroeg of laat gepresenteerd.'


Jullie hameren allebei op het belang van praten.
Peter Adriaenssens: 'Je hebt alles te winnen bij een open dialoog. Vertel wat er gebeurt, wat je voelt. Als je zelf open bent, zul je er ook veel beter achter komen wat er leeft bij je kind. Ik hoor ouders zeggen: Ik geraak niet door mijn kind. Maar weten de kinderen wel wat hun ouders denken? Neen. Die zien sporen van tranen. Of ze zeggen: Ik heb haar horen wenen in haar bed. Weinig kinderen laten zich tot 'de quiz' verleiden. Als je vraagt: Gaat het met jou?, zeggen ze Ja ja. Mijn raad is dus: begin met jezelf. Zeg: Ik voel mij niet goed vandaag. Dat is iets wat ons in Vlaanderen enorm is afgeleerd. In Vlaanderen is de 'wij' heel populair. Wij komen als families samen om goed nieuws te delen. En als we ons slecht voelen, zeggen we dat niet. Terwijl het juist mooi is als je je kwetsbaar toont. En het is ook een levensles voor kinderen. Die weten: toen het moeilijk ging tussen mijn ouders, hebben ze mij dat verteld. Je leert als kind dat jij daar later ook mee bij hen terecht kunt. We zien veel mensen die nood hebben aan therapie omdat ze niet bij hun eigen ouders terechtkunnen. Omdat die zeggen: Ik heb het altijd gezegd, maar jij wou er toch mee trouwen. Terugkeren naar die ouders om te zeggen dat het niet gelukt is, is een pijnlijke zaak. Terwijl je die ouders op dat ogenblik juist heel hard nodig hebt.'


Lut Celie: 'Denk ook niet: mijn kinderen snappen dat nog niet. Het is belangrijk om, zelfs aan kleuters en lagereschoolkinderen heel precies duidelijk te maken wat er aan het gebeuren is. Elk kind heeft recht op het echte verhaal, zegt psycholoog ?? Buysse. Probeer dus om dat te vertellen. Kinderen zitten met zoveel vragen. Mama ziet papa niet meer graag. Maar waarom? Dat is niet zo evident, zeker als mama en papa nog overeenkomen. Wij doen het in de praktijk vanuit een ritueel. We brengen de ouders binnen in een ruimte. De kinderen zeggen waar de ouders moeten zitten en dan mogen ze vragen stellen. Wat is er gebeurd?, Waarom?, Hoe komt dat? Dat doet ook de ouders deugd. Ik herinner me een papa en een dochter. De papa kon het eindelijk uitleggen en de dochter bleef maar vragen stellen. Je zag haar angst en onrust zo verdwijnen. Dat ritualiseren, dat uitspreken met mama en papa erbij, is een belangrijk element in het proces van het aanvaarden. En dus een verantwoordelijkheid, vind ik, van ouders naar hun kind.'


Wat doe je met kinderen die niet gemakkelijk praten?
Peter Adriaenssens: 'Nog eens: toon je eigen kwetsbaarheid. Ik zie veel mensen die dat niet doen en toch zeggen: Ik heb het allemaal heel open verteld. Denk daarover na. Heb ik echt gezegd wat ik voel? En als het niet gaat: grijp de handvaten die bestaan. De kinderboekhandel is een goede plek om je te laten steunen. Ga naar iemand die zijn materiaal kent. Heb je daar iets over?'


Lut Celie: 'Gevoelens tonen, praten, eigenlijk kun je dat opnemen van kleins af aan. Een kleuter leren troosten, een plek geven om boos te kunnen zijn. In plaats van: Ge moet u daarover zetten. Of: Al die traantjes, kijk eens hoe flink je broer is. Ook na een scheiding zijn er andere manieren dan woorden om taal te geven aan wat je voelt. Maak een mamadoosje of een papadoosje, met herinneringen aan de ouder die er op dat moment niet is. Je kunt veel afleiden uit de manier waarop je kind daarmee omgaat. Ik heb een meisje van acht jaar in de praktijk gehad dat in de armen kraste. Ze woonde bij de mama, in het weekend bij papa en zijn nieuwe gezin. Tijdens de therapie kwam het eruit. Het was wel míjn papa, he. Ze dacht dat haar papa haar niet meer graag zag. Want de weekends waren altijd druk met sámen dingen doen. Die papa heeft dat begrepen. Is met haar naar zee gegaan. Ze hebben schelpen gezocht. In één schelpje heeft hij geschreven: Papa ziet je graag, voor altijd. Dat schelpje gaat van de ene broek naar de andere. Zo'n simpel symbool, maar het heeft gewerkt om haar basisvertrouwen te herstellen.'


De laatste tijd staat co-ouderschap toch weer ter discussie. Hoe staan jullie ertegenover?
Peter Adriaenssens: 'Ik denk dat elk algemeen antwoord een fout antwoord is. Zo fout als het voordien was om vaders één weekend op de twee te geven, zo fout is het vandaag om te denken dat we nu een andere magische formule hebben. Co-educatie kan voor veel jongeren welkom zijn, maar is het zeker niet voor iedereen. Een grote zorg voor ons zijn de baby's en jonge kinderen, die nog volop in het hechtingsproces zitten. Wat men uitsteekt met baby's en kinderen van vijftien maanden, dat is soms erg om te zien. Het duurt lang voor de notie 'tijd' vorm krijgt bij een kind. Een jong kind weet niet wat het betekent als je zegt: tot over vier dagen.'


Lut Celie: 'Je hoort ouders vaak zeggen: Gelukkig is hij nog zo klein. Maar kleine kinderen kunnen compleet in de war geraken als ze van hot naar her worden gesleurd. Er wordt soms met weinig kennis van zaken beslist over een kind. Ik herinner me een moeder die nog de borst gaf aan haar kind van zeven maanden. De vader eiste even goed zijn week, want hij zag zijn kind toch ook graag. Terwijl: op dat moment gaat het niet over graag zien, maar over wat het beste is voor het kind. Soms is graag zien juist: kunnen loslaten. Misschien is dat wel een opdracht voor elke ouder die uit elkaar gaat: de vraag blijven stellen of je kind het aankan. Kom samen, evalueer. En grijp in als je voelt dat het niet goed zit.'


Peter Adriaenssens: 'En probeer ook om je gezond verstand te gebruiken en flexibel te zijn. Is het normaal dat een kind in de agenda moet kijken om te weten bij wie het vandaag binnen mag? Waarom zou een kind niet kunnen binnenlopen bij de beide ouders? Het rare aan scheiding is dat we met kinderen dingen doen die we anders nooit zouden accepteren. Al bestaan ze natuurlijk ook: de gezinnen die er wel in slagen om twee straten van elkaar te gaan wonen en het van elkaar over te nemen op momenten dat het nodig is. Ik heb morgen een late vergadering, ga maar naar papa. Ik vind het ook goed als de oude 'taakverdeling' overeind blijft, het spel dat in alle gezinnen wordt gespeeld. Gij maakt u minder rap kwaad over het rapport, praat gij er maar mee. Is het omdat je op twee verschillende adressen woont, dat dat allemaal moet stoppen?'

Lees het volledige interview in Nieuwsblad Magazine bij de krant van zaterdag 2 juni