Wroclaw, Zuidwest-Polen. In de stad heerst een koortsachtige drukte met het EK voetbal voor de deur. Onderweg met de auto naar het voormalige Breslau, zie ik al van ver het nieuwe landmark aan de stadsrand staan: de ronde, glazen Sky Tower, schuin afgetopt en 212 meter hoog, met daarin appartementen en winkels. Vlakbij staat het nieuwe voetbalstadion. Er is een nieuwe luchthaven, het station is gerenoveerd en veel van de 130 bruggen over de Oder krijgen een nieuwe verflaag. In het centrum worden straten heraangelegd, er rijden nieuwe trams en op de oever verrijzen appartementencomplexen.

Wroclaw heeft de uitstraling van een metropool, dankzij de vele parken, groengebieden en brede invalswegen, waarvan een ontstond als landingsbaan voor Duitse militaire vliegtuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De stad leeft ook, dankzij de 150.000 studenten (op 640.000 inwoners) en moderne glaspaleizen, waarin internationale bedrijven zich sinds tien jaar etaleren.

Eendenbloedsoep
Wroclaw was oorspronkelijk Pools, later Tsjechisch, Oostenrijks en Pruisisch, en vervolgens Duits. Sinds 1945 behoort ze weer tot Polen. Gebouwen en bruggen uit alle tijden en in allerlei stijlen liggen dan ook naast elkaar in een voor toeristen aangename stad. Je kunt er rondvaarten en kanotochten maken op de Oder en haar vertakkingen. Bij een groene gietijzeren brug beloven koppels elkaar eeuwige trouw met een hangslot. En wanneer ik op een lente-avond door een eilandpark wandel, zitten er studenten gezellig in groepjes met goedkope flessen bier. In het eeuwenoude, autoluwe centrum waan je je in het verre verleden. In het barokke interieur van de Leopoldina-aula, bijvoorbeeld, met zijn bonte beschilderingen –geen millimeter is onbenut gelaten– en een laaggewelfd plafond met een trompe-l'oeil en baldakijn. Hier wordt nog elk jaar het academiejaar plechtig geopend.

Rond het centrale Rynekplein staan pastelkleurige oude panden met klok- en trapgevels. Ik eet er typisch Poolse gerechten. Geen pierogi (gevulde deegkussentjes), bigos (een zuurkoolgerecht) of karper, maar eend met sinaasappel-honingsaus, bospaddenstoelensoep in een uitgehold broodje en eendenbloedsoep, die verrassend zoet blijkt te smaken door de gedroogde citrusvruchten. Een schotel met varkensvlees, uit eigen rookkast, en een soep met bier uit de eigen brouwerij, waarin salami en een kwartelei zijn verwerkt, afgedekt met een laag bladerdeeg. In Polen drinken ze bier met een rietje, vertelt de chef-kok, en in de winter wordt het opgewarmd. In het centrum staan nog drie kale Milkbars, restanten uit het communistische verleden, met een vrouw in witte schort achter de kassa. Je kunt er voor een habbekrats eten. Ik kies voor het iets luxueuzere Bazylia, waar ik bij de kassa mijn bord op een weegschaal zet en 2,49 zloty (0,60 euro) per 100 gram betaal. Aan de rand van het centrum kom ik weer in een andere sfeer bij een gigantische panoramaschildering van de slag bij Raclawice (1794). Het is liefst 114 meter lang en werd honderd jaar na de slag in slechts negentig dagen geschilderd.

Verborgen Le Corbusier

Wroclaw is een mix van verschillende architectuurstijlen. Het Duits Modernisme, uit de eerste helft van de vorige eeuw, heeft het karakter van oostelijk Wroclaw beïnvloed. Veel gebouwen zijn helaas verdwenen. Het meest opvallende bouwwerk is de Eeuwhal (Hala Ludowa) van Max Berg, tegenover de dierentuin, gebouwd bij een U-vormige vijver met pergola's. Kinderen spelen er in het water en meermaals per dag is er een kleur- en lichtspel rond een grote fontein. De hal werd gebouwd voor de honderdste verjaardag van de overwinning op Napoleon (1813). Buiten heeft ze de vorm van een gelaagde trouwtaart, het interieur wordt gekenmerkt door gracieuze boogconstructies. De multifunctionele hal was destijds een unicum, met de grootste beton-overspanning ter wereld (65 meter).

Achter de Eeuwhal, vlak bij de Japanse Tuin, stuit ik in een verloren hoekje op een verwaarloosde Kindergarten met overkapping, ooit ontworpen door Le Corbusier, nu vanwege het EK aan het zicht onttrokken. Wandel je door het park, dan beland je in het tuindorp Sepolno en de wijk Mieszkanie i Mejscie Pracy, overblijfselen van de tentoonstelling WuWa in de jaren twintig. Een van de best bewaarde gebouwen is nu een hotel. Het paviljoen, ooit wit maar nu crèmekleurig geschilderd, doet denken aan Rietveld.

Koninklijk kuren
In de omgeving van Wroclaw vind je diverse kuuroorden. In Szczawno-Zdroi, 70 kilometer zuidwaarts, ligt een van de mooiste kuurparken van Polen, een koninklijke entourage waar ook de gewone Poolse ziekenfondspatiënt kan herstellen van kwalen. Tussen classicistische gebouwen staat een Trinkhalle met wit-geel-blauwe glazuurtegeltjes en een monumentale, houten overkapping. 's Morgens vroeg verzamelen patiënten bij de Trinkhalle, waar vier soorten bronwater uit kranen wordt getapt. Ze drinken het heilzame water uit een plastic beker of een traditioneel, porseleinen kannetje. De receptie van het kuurhotel Dom Zdrojowy ligt in een monumentale, ovalen hal met zuilen en kristalluchters, waar mensen rondlopen met krukken. Het eten dat de honderd kuurgasten hier voorgeschoteld krijgen, contrasteert met de statige inrichting: grauwe koolsoep uit aluminium schalen, een grijze gehaktbal, glazige aardappelen met dille, laffe wortelsalade en warm, waterig kersensap. Als toetje is er wittige griesmeelpudding.

Het kuuroord heeft een wandelpromenade met winkeltjes en restaurants, een park in Engelse stijl en een kiosk met groen spitsdak. Vervlogen tijden trekken voorbij: een vrouw met strohoed en dunne, witte handschoenen wordt in een rolstoel rondgereden door een non in blauw habijt en een witte, gesteven kap. Een andere vrouw met grijs haar heeft een concentratiekampnummer getatoeëerd op de arm.

De duikbootervaring
De kuren zijn hier vooral gericht op het bewegingsapparaat, ademhaling en spijsvertering, met (onderwater)massage en elektromagnetische en inhalatietherapie. Er zijn ook meer spectaculaire behandelingen, zoals de pneumatische kamer en hogedrukspuit. In die laatste ga ik voor een scherm staan en neemt een verpleger me met een brandspuit onder handen. Het water masseert me tot diep in de vezels, soms tegen het pijnlijke aan. Een licht claustrofobisch angstgevoel bekruipt me dan weer in de pneumatische kamer, een archaïsch systeem dat hier nog bestaat. Met achttien patiënten ga ik een ruimte binnen met stoelen en kleine vensters, verzonken met grote bouten in de decimeters dikke wand. Een zware, metalen deur wordt met een draaiwiel luchtdicht vergrendeld. Visioenen van falende drukmechanismen spoken me door het hoofd.

We doen watjes in de oren en een suizend geluid maakt duidelijk dat de luchtdruk gestaag met 0,2 atmosfeer toeneemt. Ik voel een druk op mijn oren. Het wordt klammer, warmer. Medepatiënten bladeren in tijdschriften, breien of keuvelen wat. De verpleegster kijkt via een venstertje toe, vraagt door de intercom of alles goed gaat. Na een uur weerklinkt weer een suizend geluid. Stoomwolken vullen de al klamme ruimte, de bladzijden van mijn boek voelen klam aan, een kwartier later is de decompressie voltooid. Met de anderen ga ik enigszins opgelucht naar buiten. Met iets grotere, elastischere longen, weer een tijdje beter bestand tegen bronchitis en astma.

PRAKTISCH
Wij overnachtten in Hotel Tumski, op een eilandje vlak bij het oude centrum. Prijs:
80 euro voor twee personen.Tel +48 71/322.60.88, www.hotel-tumski.com.pl

Szczawno-Zdroj: behandelingen en (matig) eten vanaf 25 euro per dag. Het personeel spreekt een beetje Engels en Duits. Tel + 48 74/849.32.36, www.szczawno-jedlina.pl

Wisselkoers: 1 zloty is circa 0,24 euro.
Met dank aan het Poolse Verkeersbureau.

* De Standaard en Het Nieuwsblad doen aan onafhankelijke reisjournalistiek. Deze reis werd ons aangeboden, maar zonder afspraken over of beïnvloeding van de uiteindelijke waardering ervan.