Ze durven al dagen amper buiten te komen, de ouders van Fouad Belkacem. Sinds hun zoon donderdagochtend van zijn bed gelicht werd door de Antwerpse speurders, regent het telefoons. Iedereen in Boom en omstreken staart hen na. Maar dat het gerecht hun zoon nu de Belgische nationaliteit wil afnemen, gaat hen veel te ver.
‘Onze zoon wordt afgeschilderd als een monster, als een gevaar voor de maatschappij. Plots is hij de staatsvijand nummer één. Dat kan toch niet zomaar? Politici en media gaan veel te ver. Fouad heeft een grote mond, dat is waar, maar geloof ons, hij is de kwaadste niet. En hij is al zeker niet gevaarlijk. Wij zijn verdorie trots Belg te zijn en we hebben heel ons leven hard gewerkt. Plots ben ik een frauduleuze garagist. Omdat mijn zaak net als tientallen andere zaken failliet gegaan is? Dat kan toch niet zomaar', reageert vader Mohamed, met naast hem zijn echtgenote.
Ze vinden het onbegrijpelijk dat het Marokkaanse gerecht hun zoon maar al te graag acht jaar in de cel wil stoppen. ‘Geloof ons, onze zoon is in die affaire beland door telefoongesprekken. Hij heeft niets met drugs te maken. Het is compleet onrechtvaardig wat het Marokkaanse gerecht wil.'
‘Boodschappen gaan te ver'
Gisteren gingen de ouders hun zoon bezoeken in de Antwerpse gevangenis. ‘Hij wordt daar als een monster behandeld. Vastgeketend aan zijn benen, zonder eten en drinken. Het is triest. Hij zit in zak en as.'
De ouders beseffen dat Belkacem de voorbije week (en bij uitbreiding de voorbije jaren) ‘flirtte' met de grens van de vrije meningsuiting. ‘Ik heb gisteren eens rustig zijn videoboodschappen bekeken', zegt zijn moeder. ‘Roept hij op mensen te vermoorden? Roept hij op om de wapens op te nemen? Om de boel kort en klein te slaan? Neen, dat heeft hij nooit gedaan. Maar hij is te ver gegaan. In onze maatschappij kunnen zulke boodschappen niet, daar zijn wij ons als ouders ten volle van bewust. We hebben hem dat in de gevangenis ook gezegd. Fouad, hou je nu toch eens koest.Ik heb hem gevraagd om ons verder leed te besparen en te stoppen met die boodschappen. Ze berokkenen alleen maar kwaad. Ook wij hebben daar geen boodschap aan. Het moet gedaan zijn. En dat beseft hij ook, denk ik.'