1. Wanneer je je niet lekker voelt, gaat hij liever naar huis. Je zou hem kunnen besmetten en dat is het laatste wat hij kan gebruiken.

2. Wanneer je hem anekdotes vertelt over je werk, je vrienden of je familie, is hij die de dag daarna vergeten.

3. Je kan hem nooit bereiken. Hij 'vergeet' zijn telefoon altijd of heeft geen belkrediet om terug te bellen, maar hij weet je wel te vinden als hij jou wil zien.

4. Als hij zichzelf iets te eten of drinken haalt, vraagt hij nooit of jij iets wil.

5. Hij maakt nooit plannen voor dingen die jullie samen kunnen doen en verwacht dat jij het initiatief neemt.

6. Hij spelt je naam verkeerd.

7. Hij gooit met geld en geeft het uit aan de stomste dingen eerst. En erger: hij wordt kribbig als je er iets van zegt.

8. Hij lijkt last te hebben van depressieve gevoelens, maar weigert om in therapie te gaan.

9. Hij heeft geen planten in zijn appartement, of het moeten die verdroogde dingen zijn die wellicht ooit groen waren.

10. Als je hem wijst op iets dat je stoort in zijn gedrag, zorgt hij ervoor dat je op het einde het gevoel hebt dat het jouw schuld is.