Kopstuk Majeed Taha (60) staat terecht voor valsheid in geschriften, oplichting en als leider van een criminele bende. Toen de zaak aan het licht kwam, kregen de beklaagden van de Dienst Vreemdelingenzaken het bevel België te verlaten. Daardoor heeft meester Coveliers, advocaat van drie van de vijf beklaagden, slechts af en toe kort telefonisch contact met een van zijn cliënten. ‘Alleen als ik een vrijgeleide krijg om mijn cliënten te bezoeken in het buitenland kan ik die verdedigen', zegt hij. Het openbaar ministerie was niet bereid die te verstrekken en gaf meester Coveliers nog mee dat het hem vrij staat zijn cliënten op eigen kosten te bezoeken. Die zei in dit geval af te haken, ware het niet dat rechter Pieters een procedurekwestie inriep om alsnog de beklaagden opnieuw te dagvaarden. Dat moet omdat, gezien de beklaagden in het buitenland zijn, er 90 dagen moeten worden geëerbiedigd tussen dagen en behandelen van de zaak. Rechter Pieters rekende uit dat het hier om 89 dagen gaat, en dus fout zit. Meester Coveliers krijgt dus nog even om zich te beraden of hij nog tussenkomt of niet want de zaak werd voor onbepaalde tijd uitgesteld.