Zesenzestig van de zowat 220 pensioenfondsen hadden eind 2011 een herstel- of saneringsplan. Dat blijkt uit een antwoord van minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne (Open VLD) op een vraag van Kamerlid Wouter De Vriendt (Groen).

De sterke toename is volgens de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) vooral te wijten aan de daling van de beurzen. Dat laat zich voelen, want pensioenfondsen beleggen zowat een derde van hun reserves in aandelen. De FSMA verwacht niet meteen beterschap in 2012.

Minimumrendement

Pensioenfondsen en verzekeraars bieden loontrekkenden een aanvullend pensioen boven op hun wettelijk pensioen. De verzekeraars waarschuwden er vorige week nog voor dat ze door de lage rente de verplichte rendementen van 3,25 en 3,75 procent niet meer kunnen betalen. Van Quickenborne sluit alvast uit dat de overheid de aanvullende pensioenen, net zoals spaargeld, zal waarborgen. Evenmin wil Van Quickenborne de wettelijke minimumrendementen voor groepsverzekeringen verlagen.

Ondanks de forse stijging van het aantal herstelplannen ziet de FSMA geen grote problemen. 'We treden proactief op en er zijn geen liquiditeitstekorten. Overigens zijn er veel minder herstelplannen dan in 2008, toen het er 115 waren', relativeert FSMA-woordvoerder Jim Lannoo.

Ook de vereniging van pensioenfondsen maakt zich geen grote zorgen. 'Werkgevers storten meestal snel bij als er tekorten ontstaan', zegt voorzitter Philip Neyt.