Marcel Vanthilt haalt zondag de wereld van de tekstballonnen in zijn villa. VTM- journalist Patrick Van Gompel, al 35 jaar recensent en liefhebber van strips, werd al herhaaldelijk het hoekje om geholpen als figurant in een stripverhaal. ‘Uit wraak omdat ik iets stouts had geschreven.’
Hij bezit 10.000 strips, maar noem Patrick Van Gompel (55) nooit een ‘stripfanaat’. ‘Ik ben niet ziek, ik ben gewoon een liefhebber. Ik ga ook niet maniakaal om met mijn strips. Ze staan gewoon recht in een open kast, op mijn zolderkamer waar ook mijn bureau is. Ik moet ze dicht in mijn buurt hebben en ik wil ze zíén. Die kast reikt enkele meters ver, ja. Enkele jaren geleden had ik geen plaats meer, mijn huis is te klein. Toen heb ik 3.000 strips weggeschonken aan de vzw Strips Turnhout en aan bibliotheken.’
De liefde voor stripverhalen ontstond 35 jaar geleden, toen Patrick als beginnend journalist Jan Smet ging interviewen, de oprichter van het Stripfestival in Turnhout. ‘Ik ben er ’s nachts buitengegaan met een stapel strips, die ik vervolgens verslonden heb.’ Niet veel later ging Van Gompel strips recenseren in de krant, zat hij in de jury van Stripkwis op de toenmalige BRT en van 1983 tot 2003 organiseerde hij de Stripgidsdagen, opnieuw in zijn thuisstad Turnhout.
‘Omdat ik er ook professioneel mee bezig was, heb ik me toegelegd op alles wat nieuw was. Ik heb me nooit bezig gehouden met het verzamelen van unieke uitgaves of waardevolle antiquiteiten. Dat had ik beter wel gedaan, dan hoefde ik nu niet meer te werken. Ik bezit wel een paar prachtige dingen die bevriende tekenaars voor mij gemaakt hebben.’
Van Gompel figureerde zelf al een aantal keren in een stripverhaal. Hij kreeg een gastrolletje in Kiekeboe (De getatoeëerde mossel), in Nero (De held der helden), in De Rode Ridder (In de witte hel), in Suske en Wiske (De vonkende vuurman) én in een verhaal uit de reeks Van Rossem.
‘Ik ben altijd de boef en ik word meestal ook vermoord’, lacht Patrick. ‘Ik bespeur bij die tekenaars een gigantisch leedvermaak als ze mij kunnen terugpakken nadat ik iets stouts had geschreven in mijn recensies. Tja, ik zeg nu eenmaal graag mijn gedacht. Ik ben al neergekogeld met een machinegeweer, met een mes in de rug gestoken door een poolkrijger en verdwenen in de vergeetput voor de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal van Antwerpen. Die verschijningen gebeuren ook voor mij altijd onverwacht. Marc Sleen heeft ooit zelfs in het geniep foto’s van mij gemaakt.’