Op 8 juli 2010 werd een aanvankelijk proces-verbaal opgesteld naar aanleiding van het feit dat in het kader van een ander gerechtelijk onderzoek naar voren kwam dat Glenn AUDENAERT zijn functie zou hebben gebruikt om bepaalde informatie en diensten te verlenen aan een inverdenkinggestelde in dat bewuste gerechtelijk onderzoek.

Naar aanleiding daarvan werd een opsporingsonderzoek gevoerd door het parket van Dendermonde, in het kader waarvan o.a. een financieel onderzoek werd bevolen.

De bevindingen van het opsporingsonderzoek waren van die aard dat de onderzoeksrechter werd gevat om bij wijze van mini-onderzoek machtigingen voor bepaalde onderzoeksdaden te verlenen.

Op 23 februari 2012 besliste onderzoeksrechter Paul DE BRUECKER dat er aanleiding bestond om de zaak aan zich te trekken en verder een gerechtelijk onderzoek te voeren. Het is in het kader van dit gerechtelijk onderzoek dat er op 4 juni 2012 huiszoekingen werden verricht.

Het voorwerp van het gerechtelijk onderzoek is op heden: (passieve) corruptie, schending van het beroepsgeheim, witwas en valsheid in geschriften.

Dhr. Glenn AUDENAERT werd uitgenodigd voor verhoor op 14 juni 2012. Hij werd verhoord met betrekking tot alle aspecten van de bewijsgaring en de feiten die werden vastgesteld doorheen het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek.

Dhr. Glenn AUDENAERT werd dienvolgens voorgeleid voor de onderzoeksrechter, die hem na verhoor niet onder aanhoudingsmandaat plaatste, maar onder strikte voorwaarden in vrijheid stelde. Dhr. Glenn AUDENAERT werd door de onderzoeksrechter op heden in verdenking gesteld voor feiten van schending van het beroepsgeheim en valsheid in geschriften.

Teneinde de belangen van het gerechtelijk onderzoek niet in het gedrang te brengen, kan hier en nu geen nadere toelichting worden verstrekt met betrekking tot de precieze aard, draagwijdte of frequentie van de gedane vaststellingen.