Het was dinsdagavond dringen in de Zandstraat, waar zich recht tegenover het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal het museum van Nero en al zijn vrienden bevindt. Bijna dag op dag drie jaar nadat het museum open gegaan is, waren alle fans van de bekende stripfiguur uitgenodigd om mee te vieren. Want er werd niet alleen een verjaardag gevierd, in het kader van het Brussels jaar van de gastronomie Brusselicious is er ook een nieuwe tentoonstelling geopend.

'Met Nero aan tafel', heet die, en de trouwe lezers weten wat dat wil zeggen. Marc Sleens stripboeken verwijzen vaak naar het Belgische eten: zo heeft Jan Spier een frietkot, slaat kapitein Oliepul nooit een jenevertje af en drinkt Nero zelf regelmatig een pint. Sinds De Kille Man Djaro uit 1962 is de wafelenbak bovendien de typische afsluiter van de Nerostrip geworden. Die prenten hebben nu tijdelijk een bijzondere plaats in het museum. De bekende Brusselse kok Albert Verdeyen werd aangezocht om het peterschap van de tentoonstelling op zich te nemen. Hij stelde het aperitief 'De neus van Nero' samen (een mix van schuimwijn, jenever en cuberdons) en ontwierp een nieuwe frietzak met gaten die de frieten knapperig houdt. Daarnaast onthulde hij hoe een goede Brusselse wafel gebakken wordt: bijna hetzelfde als een Naamse wafel, maar met beter opgeklopt eiwit.

'Dat maakt ze lichter en lekkerder', verzekert Verdeyen. Marc Sleen zelf, die 90 wordt dit jaar, toonde zich dankbaar om de eer die hem te beurt viel. Hij is totnogtoe de enige Belgische striptekenaar die al tijdens zijn leven een eigen stichting heeft. Hij kreeg er nog eens schouderklop voor van minister Guy Vanhengel (Open VLD), die bevoegd is voor het imago van het Brussels Gewest en aan de basis lag van het museum.

Het Marc Sleen Museum is alle dagen open (behalve op maandag) van 11 tot 13 uur en van 14 tot 18 uur.