Bij de koopkrachtstandaard wordt rekening gehouden met de verschillen in prijzen tussen landen. Daardoor kunnen de landen goed met elkaar vergeleken worden. Ook de vorige jaren deed België overigens al beter dan het gemiddelde. De eurozone doet 8 procent beter dan de hele EU, maar minder goed dan België.

Luxemburg spant de kroon met een bbp per inwoner dat dik 2,5 keer boven het gemiddelde ligt. Eurostat legt uit dat die score veroorzaakt wordt door de vele grensarbeiders in het Groothertogdom.

Zij dragen wel bij tot het bbp, maar worden niet als inwoners geteld bij de berekening van het gemiddelde per inwoner. Nederland staat op de tweede plaats en doet 31 procent beter dan het EU-gemiddelde.

Bulgarije bengelt onderaan de ranglijst. Als het bbp per capita in de EU 100 is, ligt dat in Bulgarije op 45. Ook Roemenië (49) en Letland (58) staan onderaan. Van de eurolanden is de koopkracht in Estland het laagst (67).