Kris had haar op 13 december 2009 eerst met zijn handen gewurgd in zijn appartement aan de Spiegelstraat. Hij gebruikte ook nog eens een riem om er zeker van te zijn dat ze echt wel dood was. Daarna had hij Patricia met haar hoofd in een badkuip met water gehangen om te kijken of er nog luchtbellen verschenen.

Kris heeft altijd volgehouden dat hij het slachtoffer op haar eigen vraag gedood had. Ze hadden zeven maanden eerder beslist dat ze samen uit het leven wilden stappen. Patricia vroeg zijn hulp daarbij, maar wilde volgens hem niet weten wanneer hij het ging doen.

Het onderzoek toonde echter aan dat Patricia wellicht niet meer met het plan wilde doorgaan, omdat haar leven een positieve wending had gekregen. De beschuldigde was daar volgens zijn advocaten echter niet van op de hoogte, omdat zij enkel haar problemen met hem deelde.

Zij hadden het zelfmoordpact dan ook als een verzachtende omstandigheid aangevoerd: hij had het gedaan in de overtuiging dat ze wilde sterven en omdat hij haar graag zag. De juryleden aanvaardden dat echter niet. Zij zagen enkel in zijn blanco strafblad een verzachtende omstandigheid en volgden het openbaar ministerie in zijn vordering van 28 jaar cel. (blg)