Eén mailtje van een koppel vrienden. Meer was er niet nodig om met de nochtans al zo vurig gemaakte plannen de vloer aan te vegen. De Provence zou het worden. Geen discussie mogelijk. Ik had, na een avondje surfen, zelfs al een keurig lijstje campings opgesteld. Die op basis van slechts enkele criteria gekozen waren. Zwembad (aantrékkelijk zwembad!); zonneterras; marktje in de buurt. Voor de aanschaf van knalrode tomaten, of pakweg, zo'n keramieken lookrasp (die thuis in de kast belandt, wegens toch niet zo handig als toen leek, en vooral onmogelijk af te wassen ).


Op veilig spelen heet dat. Met gegarandeerde zon flaneren langs lavendelvelden. Hooguit een vleugje mistral misschien. En niet al te ver. Een mens kan daar soms nood aan hebben. Niet dat het slecht was vorig jaar in Noorwegen. Integendeel. Ik heb het gevoel dat ik mijn topjes enkel tijdens die weken in het hoge noorden heb gedragen (in tegenstelling tot de -- nochtans speciaal aangeschafte, een duurder model bij het vooruitzicht van intensief gebruik -- regenjas). Maar zoveel geluk, het kan niet anders of het is een mens slechts zeer uitzonderlijk gegund. En andermaal die spanning: hóé uitgeregend zullen we precies geraken, daar? Ik had er geen zin in, neen.


Tot dat bewuste mailtje dus. 'Wie gaat er mee naar Zweden?' Vrienden van die vrienden hebben er een lodge geopend. Een lodge met veelbelovende website alvast. Zo veelbelovend, dat één blik van vier paar ogen volstond om de hele campinglijst naar de papiermand te verwijzen. 'Wíj gaan mee.' Pas nu het moment nadert, slaan de twijfels toe. Het is wel erg ver. En valt er wel iets te beleven, daar? De dunst bevolkte streek van Zweden. Meer dan een mens loop je er bijna de kans om een beer tegen het lijf te lopen (de grootste populatie bruine beren van Europa zou er huizen). En elanden (hele kuddes zowaar). Maar twaalf jaar, is dat niet de leeftijd waarop de interesse zich van natuur naar cultuur verlegt? ('Er is toch een stadje, hé, mama?', heeft ze al gevraagd. Zou ze met een dorp van 140 zielen ook genoegen nemen?) En met het rottige voorjaar hadden we bij de beslissing natuurlijk ook geen rekening gehouden (al ben ik nu wel van het schuldgevoel over die regenjas verlost).
Ach, 't wordt een mooie reis daar in het noorden. Natuurlijk. Die zuiderse campings zijn er volgend jaar ook nog. Maar ik kom níét terug voor ik een beer heb gezien. Of tien elanden samen. Op z'n minst. Als ze dat maar weten, daar.