Ruim twee eeuwen. Zolang heeft de Antwerpse balie gewacht op haar eerste vrouwelijke stafhouder. En al ziet ze het niet als een strijd der seksen, Kati Verstrepen (46) weet waaraan ze zich waagt. Machismo regeert nog steeds over het Vlinderpaleis. ‘Onze advocaten zijn het niet gewend om op de vingers getikt te worden door een vrouw. Het is dan ook je persoonlijkheid die bepaalt of ze het pikken’, verklapt Verstrepen haar strijdplan.

Met ruime ervaring in het vreemdelingenrecht en op bestuursniveau, heeft ze die strepen al ruimschoots verdiend. Dat vinden ook haar confraters die de gerenommeerde advocate zopas verkozen tot vice-stafhouder. Voor ze vol aan de bak moet om de advocaten op hun deontologische plichten te wijzen, vormt Verstrepen twee jaar een duo met numero uno Herman Buyssens. Zonder ongelukken, schrijft ze daarna geschiedenis als jongste en eerste vrouwelijke stafhouder in Antwerpen.

‘Sinds enkele jaren zijn er meer vrouwen dan mannen aan de balie. Maar het heeft erg lang geduurd voor ze ook doordrongen tot op het bestuurlijk niveau’, ondervond Verstrepen. Dat is nochtans niet haar drijfveer. ‘Iedereen is blij met deze evolutie en ikzelf ben zeker geen uitgesproken feministe. Ik hou er gewoon van om dingen in beweging te zetten.’

Relativeringsvermogen

Niet alleen in Antwerpen wil Verstrepen de dingen doen bewegen, ook op Vlaams niveau is nog heel wat werk. ‘Er moet dringend wat gedaan worden van de hervorming van de kosteloze bijstand van een advocaat, alsook van de hertekening van het juridisch landschap.’

Hoe dan ook ligt voor Verstrepen veel werk op de plank. Niet evident, met haar bloeiende praktijk en druk gezinsleven. ‘Waarom is die opmerking nooit gemaakt bij één van mijn voorgangers’, reageert ze geprikkeld. Toch is het een moeilijke evenwichtsoefening, geeft ze toe. ‘De sleutel ligt in een goede organisatie. Professioneel heb ik uitstekende medewerkers, privé kan ik altijd rekenen op mijn echtgenoot en twee tienerkinderen. Ook belangrijk is een flinke dosis relativeringsvermogen: een T-shirt dat ik vandaag niet kan strijken, ligt er morgen nog.’