Het onderzoek naar Antonio F.C. uit Opwijk startte in 2010. ‘Eigenlijk ging het om een financieel onderzoek’, lichtte openbaar aanklager Nele Poelmans toe. 

‘Toen men een kijkje wou gaan nemen in de loods van de man, in de Breendonkstraat in Willebroek, bleek het terrein afgesloten en werd er een cannabisgeur waargenomen op de straat. De eigenaar werd gebeld met de vraag om de deur te openen maar die wou niet langskomen. Daarop werd een onderzoeksrechter gevorderd en die leverde een mandaat af voor een huiszoeking.’

Nederlanders

De speurders troffen in de loods 197 cannabisplantjes aan. Later viel de politie ook binnen in de woning van Antonio in Opwijk. Daar werden nog eens 115 oogstklare en 115 geoogste planten aangetroffen. Ook werden er jonge plantjes gevonden in kweekbakjes.

Huiszoekingsbevel

Voor het parket waren de feiten bewezen. Antonio verklaarde aan de speurders dat de plantage met behulp van Nederlanders werd opgebouwd. Daar geloofde Poelmans geen snars van. ‘We hebben geen enkele communicatie met Nederlanders kunnen terugvinden. Meer nog, de beklaagde spreekt niet eens Nederlands.’

Omdat F.C. al een jaar celstraf had gekregen in het verleden, werd nu dertig maanden geëist. Daar ging advocaat Dieter Van Hemelryck niet mee akkoord. ‘Omdat de politie het terrein heeft betreden nog voor er een huiszoekingsbevel was. Dat is mijn inziens duidelijk te zien aan de foto’s die in het dossier zitten. En dat mag niet’, pleitte hij.

Of rechter Suzy Vanhoonacker ingaat op de vraag om de beklaagde wegens procedurefouten vrij te spreken, weten we op 24 september.