Het Lilan-buurtcomité, dat zo'n zestig eigenaars en huurders uit de Molenstraat, René Vermaststraat, Koning Albertstraat en Joseph Geirnaertstraat vertegenwoordigd, had zich met klem verzet tegen het Ruimtelijk Uitvoeringsplan op het domein van de voormalige koekjesfabriek. ‘We begrijpen dat Eeklo stadskankers wil wegsnijden en komaf wil maken met de verkeerdelijke intekening van de ambachtelijke zone', aldus het comité. ‘Maar de stad gebruikt de omvorming tot woonzone als drogreden voor een totaal onrealistisch stadsinbreidingsproject. Het fabrieksterrein is daarvoor veel te klein. Wanneer we van het RUP-Lilan (dat op 1,5 hectare wordt omschreven), de aanpalende eigendommen en de eerdere stadsinbreiding in de Joseph Geirnaertstraat aftrekken, en de zes meter afstand van de belendende eigendommen (die bij bebouwing dient gerespecteerd te worden) meerekenen, dan schieten nog 1.800 m{+2} over waarbinnen gebouwd mag worden. Hierop wil men appartementen neerpoten met dertig tot vijftig wooneenheden.'

De buurtbewoners vrezen een te hoge densiteit, een substantieel verlies aan privacy en het verlies van hun eigen groen. Ze verwijzen ook naar de Hartwijk, die binnen enkele jaren op de huidige site van AZ Alma, tegenover de Lilansite, kan worden gerealiseerd.

Bovendien hebben de bewoners vastgesteld dat het dossier tal van pertinente fouten bevatte, en die fouten werden op de gemeenteraad door het stadsbestuur toegegeven. Het was meteen ook de reden waarom het project werd verdaagd.

Schepen van van Ruimtelijke Ordening Dirk Van de Velde (CD&V). ‘Er zijn enkele zaken aan het licht gekomen, die we eerst verder willen onderzoeken: onder andere de as voor fiets- en wandelverkeer (waarbij enkele tuinen in het gedrang zouden komen), en de hoogte van de bebouwing op het binnenplein. Daarom graag uitstel van maximum 60 dagen.'

Paul Van Hijfte-Ysebaert vroeg of de stad daar geen eigen plannen mee had, eventueel in samenspraak met de buurt: ‘Er zijn hier misschien geen middelen voor, maar dan moet je misschien andere prioriteiten stellen.' Dirk Van de Velde ontkende dat er plannen waren voor een Privaat Publieke Samenwerking: ‘Maar wat niet is, kan nog komen.' Odette Van Hamme (CD&V) vroeg om een oplossing voor de zonevreemde situaties, wat schepen Van de Velde ook beaamde.