Eerlijk gezegd, we konden ons niet veel voorstellen bij Nantes. Dat het een stad in de buurt van de Atlantische kust was, ja, en de geboortestad van Jules Verne, en dat de lekkere LU-koekjes uit onze kinderjaren, de Petit Beurre en de Beurré Nantais, er vandaan kwamen. De hoofdstad van de regio Pays de la Loire, vlak onder Bretagne, heeft nochtans een rijk verleden. In de 18de eeuw groeide Nantes zelfs uit tot de belangrijkste Franse havenstad en draaischijf van de slavenhandel. Nadien bracht de scheepsbouw economische bloei. Maar met de teloorgang van de scheepswerven, vanaf de jaren 60, dommelde de stad in.

Om la belle endormie te wekken besliste burgemeester Jean-Marc Ayrault –de huidige Franse premier– begin jaren 90 voluit te investeren in cultuur en toerisme: evenementen, spektakels, gezelschappen, zalen, ateliers... Met succes want de bezoekersaantallen zijn flink gestegen en elke euro die aan cultuur wordt uitgegeven blijkt er minstens 3 op te brengen. De campagne Le voyage à Nantes zet nu de kroon op het werk. Tot half augustus zijn er een pak losse activiteiten en evenementen maar voor de buitenlandse bezoeker is het kunstenparcours langs 40 locaties de grote trekpleister. De hele route is 8,5 km lang en perfect te voet te doen. Naar de paar sites die wat verder af liggen kan je met de fiets –er is een netwerk van huurfietsen met zelfbediening– tram, bus of veerpont.

Ai, Ai kunst
Ga nu niet meteen ai, ai kunst roepen, want men is er in Nantes in geslaagd een brede artistieke waaier toegankelijk en verteerbaar te maken voor een groot publiek. Ook voor kinderen. Met de speelse expo Playgrounds bijvoorbeeld, waarvoor kunstenaars en architecten nieuwe sporten bedachten die je meteen ook kan spelen. Zeker proberen: de Banaball, een kaatsspelvariant in een kooi op het dak van de architectuurschool. Mooi is ook dat de artistieke wandeling de bestaande troeven en attracties van de stad extra in de verf zet en de grote verscheidenheid aan stijlen en ambiances in de stad laat zien. Van de middeleeuwse kern met smalle straatjes stap je via een neoclassicistisch plein een prachtige 19de-eeuwse overdekte winkelgalerij binnen. Even later wandel je op de kaaien langs de Loire waar de herenhuizen van de rijke handelaars van weleer oprijzen en nog even later sta je op het Île de Nantes tussen oude fabriekshallen, havenkranen en hypermoderne architectuur. En dan vergeten we nog de brede bruggen of met dubbele bomenrijen afgezette cours die onvervalste Parijse grandeur uitstralen.

In het oudste deel van de stad is het Château des Ducs de Bretagne –dat zoals het Gentse Gravensteen midden in de stad ligt– een absolute topper. Het dateert van de 10de eeuw maar werd in de 15de eeuw herbouwd door François II. Het is schitterend gerestaureerd en herbergt het allesbehalve saaie stadsmuseum. Deze zomer loopt er ook een tentoonstelling over de scheepsramp met de Austria, een Titanicverhaal avant la lettre.

Adembenemend
Vlakbij ligt de Cathédrale Saint-Pierre et Saint-Paul. Er is meer dan 4 eeuwen aan gebouwd maar zelden zo'n harmonieus geheel van flamboyante gotiek gezien. De witte zandsteen, de lichtinval, de ranke sierlijkheid deden ons naar adem happen. Met het praalgraf van François II heeft de kathedraal een meesterwerk van renaissancebeeldhouwkunst in huis. Dankzij een discreet trappenplatform valt het nu voor het eerst van bovenaf in volle glorie te bewonderen. In de buurt wachtte ons nog meer schoonheid in La Chapelle de l'Oratoire van het Musée des Beaux-Arts waar Yan Pei-Ming een monumentale triptiek van zelfportretten rond het thema kruisiging ophing. Je hoeft echt geen kunstkenner zijn om hiervan blij te worden.

Fraai stedelijk erfgoed is ook de neoclassicistische Place Royale waarop in waaiervorm 9 straten uitkomen. De centrale fontein met drie bekkens is het symbool van de stad. Voor de gelegenheid is ze ingepakt in een grasgroene Mont Royal, die als klimmuur dienst doet, tot groot jolijt van het jonge volkje. Binnenin krijgt de led-verlichte fontein plots grotallures. Nog meer spectaculaire openluchtkunst biedt de Place Bouffau waar een afgescheurd gevelfragment aan de top van een verhuislift in het luchtledige lijkt te zweven. Een heel ander icoon van Nantes is de Passage Pommeraye, een rijkelijk gedecoreerde winkelgalerij met 2 verdiepingen en een unieke smeedwerktrap. De in Brussel geboren cineaste Agnès Varda toont er videowerk in een tv-winkel die er net zo uitziet als in de scène die haar overleden echtgenoot, regisseur Jacques Démy, er ooit draaide voor Une chambre en ville. Van de galerij is het niet ver naar de Opéra Graslin, een schitterende bonbonnière, een van de weinige waarvan de zetels met blauw velours zijn bekleed.

Wonderlijke machines
Heel andere koek is het Île de Nantes. De voormalige industriële site is nu een 'wijk van de creatie' voor scholen, bedrijven, verenigingen die bezig zijn met architectuur, design, digitale media en de kunsten. Naast oude, gerestaureerde fabrieken en havenloodsen tref je er pareltjes van hedendaagse architectuur, zoals het Palais de Justice van Jean Nouvel, een verbluffende licht-en-schaduwcontructie, of het Bâtiment Manny, dat gevangen lijkt in een warrig stalen web. De grote publiekstrekker is Les Machines de l'Île, een gezelschap dat, helemaal in de geest van Jules Verne, wonderlijke mechanische reuzentuigen bouwt die een mengeling zijn van technologie, nostalgie en poëzie. Je ziet de bouwers aan het werk in de ateliers, maar hoogtepunt is een ritje op de olifant van vier verdiepingen hoog. Op 15 juli gaat hun nieuwe attractie in première, Le Carrousel des Mondes Marins, een heerlijk ouderwets ogende maar hoogtechnologische draaimolen van 25 m hoog met drie plateaus vol wonderlijke, maritieme creaturen die je zelf kan laten bewegen.

Kom hier zeker ook 's avonds eens terug. Om te flaneren op de kaaien en te genieten, van het zicht op de Loire en de stad, en van de verlichte kunstwerken. Daniel Buren installeerde een rij van 18 grote ringen als evenveel kijkvensters, François Morellet fleurde een kantoorgebouw op met een weerstation in de vorm van een grote boog die van kleur verandert naargelang het weer dat op komst is. De punt van het eiland is ook een trendy uitgaansplek. Je vindt er bars, restaurants en nachtclubs. La Cantine de Nantes is een groot openluchtrestaurant dat 's middags en 's avonds voor weinig geld een degelijke plat du jour serveert.

In vogelperspectief
Noem het een kleine afwijking, maar als wij in een stad een toren zien willen wij erop. Een stad vanuit vogelperspectief, daar blijf je toch naar kijken? In Nantes is de Tour Bretagne niet te missen. Met zijn 144 m is hij het enige noemenswaardige torengebouw. De 32ste verdieping werd door grafisch vormgever Jean Julien ingericht als een warm vogelnest. Le Nid biedt een geweldig 360° panoramazicht en het is er aangenaam verpozen met een drankje op zitjes in de vorm van een vogelei. Minder spectaculair maar evenzeer de moeite waard is de Tour LU, de kitscherige art-nouveaupronktoren die is overgebleven van het fabriekspaleis dat koekjesbakker Louis Lefèvre-Utile begin vorige eeuw liet optrekken. Ook hier heb je vanuit de belvedère een verrassend rondomzicht. Het draaiplatform moet je met de handkracht bedienen. De kinderen zullen ervan smullen.

Deze zomer mag dan wel in het teken staan van kunst en cultuur, ook los daarvan vonden wij de stad een revelatie. Op shoppinggebied bijvoorbeeld. In het hart van de stad zijn de winkelstraten niet te tellen. Je treft er de bekende grote ketens en (multi-)merkenboetieks maar ook artisanale chocolatiers en patissiers en originele of gespecialiseerde winkeltjes. Wij stuitten kriskras op winkels met middeleeuws riddertuig en heksenoutfits, vintage analoge camera's, Japanse manga, gepersonaliseerde kleuterkleertjes. Ben je moe van etalages te kijken, plof dan neer op een van de ontelbare terrassen langs kades en boulevards, op pleinen en in steegjes. Bestel een glas Muscadet, dé wijntrots van de streek, en geniet van het schouwspel van een blije, open stad waarvan je voelt dat ze in beweging is en die om het in Michelingidstermen te zeggen 'de omweg waard is'.

Nantes in Antwerpen
Een sterkhouder van 'de culturele revolutie' van Nantes is straattheatergezelschap Royal de Luxe, bekend van sprookjesachtige spektakels met reuzenmarionetten waarmee ze hele steden op hun kop zetten. De Zomer van Antwerpen had ze reeds te gast in 2006 en 2010 met De Sultan, De Olifant, De Kleine Reuzin en de Duiker. Deze zomer zijn ze present met Rue de Chute, een westernspektakel in openlucht voor zittend publiek. Wij beleefden in Nantes de première en werden meegezogen door een opeenvolging van wervelende scènes, vaak grotesk en lichtelijk absurd, met vette knipogen naar de clichés van het genre en voorzien van pittige effecten. Lichtvoetig maar hoogst onderhoudend.

Openluchtvoorstellingen van 11 tot 22 juli (niet op maandag en dinsdag), op weekdagen om
19 u en tijdens het weekend
om 16 u. Toegang gratis.
Locatie: Sloepenweg.


Kunst met de stroom mee
Om Nantes en zijn kunstenparcours op een ontspannen manier te bezoeken moet je op twee dagen rekenen. Onze tip: plak er nog een extra dagje aan vast en maak een riviercruise naar Saint-Nazaire, waar de Loire uitmondt in de Atlantische Oceaan. De tocht duurt drie uur en terwijl de bries zilter wordt naarmate de zee dichterbij komt weet je niet waar eerst te kijken. Bij het uitvaren van Nantes wordt je uitgeleide gedaan door de Grue Jaune en de Grue Titan, twee mastodontkranen die deel uitmaken van de stedelijke skyline. Dan volgen kaaien en haventjes met installaties en pakhuizen die herinneren aan de activiteiten van weleer: exotisch fruit, wijn, zand, schroot. Maar stilaan wordt de bebouwing schaarser en nemen weidse, natuurlijke landschappen het over. Door het spel van zout en zoet water, van hoog- en laag- en springtij zijn hier een zestal verschillende biotopen ontstaan, elk met hun eigen rijke fauna en flora, wat van het mondingsgebied een groot beschermd attractiepark voor natuurliefhebbers maakt.

Wat de boottocht extra cachet verleent zijn de monumentale beeldhouwwerken en installaties die her en der de oevers sieren. Estuaire, zo heet het initiatief, is aan zijn derde en laatste editie toe en zal een erfenis van een 30-tal permanente kunstwerken nalaten. Ook hier geldt dat je geen kunstgeschiedenis moet hebben gestudeerd om te kunnen genieten van het scheefgezakte brugwachtershuis dat eenzaam in de stroom staat, de exotische wilde dieren die enkele bomen langs de oever koloniseren, de zeilboot die zich plooit en rekt om over een sluismuur te geraken of het gigantische metalen skelet van een zeeslang die het strand opkronkelt. www.estuaire.info

Praktisch
Air France vliegt vanuit Brussel op weekdagen twee en op zondagen 1 keer naar Nantes en terug. Prijzen vanaf 150 euro heen en terug. Dezelfde maatschappij biedt, aan nog iets goedkopere tarieven, ook rechtstreekse vluchten vanuit Rijsel.
www.airfrance.be
Nantes ligt op 700 km van Brussel. Met de auto moet je rekenen op een reistijd van minstens 7.30 uur.
De meerderheid van de locaties van Le Voyage à Nantes is gratis toegankelijk, van dinsdag tot zondag, van 10 tot 19 uur. Eventuele entreegelden betaal je ter plaatse of je koopt Le Pass Nantes, die ook toegang geeft tot het openbaar vervoer en een resem andere toeristische attracties. Prijzen van 25 euro voor 1 persoon voor 1 dag tot 121 euro voor een gezin van vier personen voor 3 dagen.
www.levoyageanantes.fr