'Het geboortecijfer blijft voor het vierde jaar op rij boven 70.000, wat zeer goed is', zei Katrien Verhegge, de administrateur-generaal van Kind en Gezin. 'Het zal wel interessant zijn om te zien of de daling zich de komende jaren voortzet.'

Bij bijna een kwart van de kinderen die in 2011 geboren werden, was het Nederlands niet de moedertaal, de taal die de moeder met het kind spreekt. Frans is de meest gebruikte andere taal (4,6 procent), gevolgd door Arabisch en Turks (telkens ruim 3 procent).

Omdat het aantal geboortes tot vorig jaar wel bijna voortdurend toenam, stijgt ook het aantal jonge kinderen in Vlaanderen. In 2011 ging het om 812.679 kinderen onder de 12 jaar, ruim 11.000 meer dan het jaar daarvoor.

Tien procent geboren in kansarm gezin

Een op de tien kinderen jonger dan 3 jaar leeft in een kansarm gezin. Bij kinderen waarvan de moeder niet van Belgische origine is, loopt dat aandeel op tot maar liefst 26,3 procent. De discrepantie is frappant. Volgens de kansarmoede-index van Kind en Gezin leeft gemiddeld 9,7 procent van de kindjes tussen 0 en 3 jaar in een kansarm gezin. Maar dat is amper 4,4 procent in gezinnen met een Belgische moeder, tegen 26,3 procent in gezinnen waar de moeder niet van Belgische origine is.

In de provincie Antwerpen leeft een op de acht kindjes (12,5 procent) jonger dan 3 jaar in een kansarm gezin. In Limburg is dat 10,8 procent, in West- en Oost-Vlaanderen circa 9 procent, en in Vlaams-Brabant 5,9 procent. Tien jaar geleden, in 2001, stond de kansarmoede-index voor het hele Vlaams gewest overigens maar op 6 procent.

Kansarmoede verwijst naar 'een duurzame toestand waarbij mensen beknot worden in hun kansen om voldoende deel te hebben aan maatschappelijk hooggewaardeerde goederen, zoals onderwijs, arbeid en huisvesting', aldus Kind en Gezin. De kansarmoede-index wordt berekend op basis van zes criteria: het maandinkomen van het gezin, de opleiding en de arbeidssituatie van de ouders, de ontwikkeling van de kinderen, de huisvesting en de gezondheid.