Het betrokken paar was uit elkaar nadat de vrouw haar werkloze echtgenoot had verlaten. De man had daarop op zijn Facebook-pagina herhaaldelijk zijn gal gespuwd over zijn ex, hoewel zijn Facebook-vrienden hem ook meerdere keren hadden aangeraden zijn echtelijke ruzies niet uit te vechten op Facebook. 
 
Geconfronteerd met de weinig flatterende uitspraken was de vrouw naar de vrederechter gestapt. Ze had voorlopige maatregelen gevraagd op basis van artikel 223 van het burgerlijk wetboek. Echtgenoten wier huwelijk in crisis verkeert maar die de echtscheidingsprocedure nog niet hebben ingeleid, doen regelmatig een beroep op dat artikel, dat de vrederechter toelaat om voorlopige maatregelen op te leggen bij grof plichtsverzuim of ernstige verstoring van de verstandhouding tussen beide partners.
 
Meestal gaat het dan om een machtiging tot afzonderlijk verblijf, maatregelen in verband met de roerende goederen van partijen, een vervreemdingsverbod of een gezags-, verblijfs- en kostenregeling voor de kinderen. 
 
In dit geval had de vrederechter een aantal maatregelen bevolen in verband met het verblijf van de kinderen van het paar, maar had hij in dezelfde beschikking beide echtgenoten ook een verbod opgelegd om "enige lasterlijke of beledigende commentaar tegenover elkaar of de kinderen via publieke fora zoals sociale media te verspreiden". Aan die maatregel, die voor beide ex-partners gold, werd een dwangsom van 100 euro per inbreuk verbonden. 
 
Unieke uitspraak
 
Volgens de auteur van het artikel in de Juristenkrant, Gerd Verschelden, hoofddocent familierecht aan de Universiteit Gent, gaat het om een unieke uitspraak en is het maar de vraag of de vrederechter zijn boekje niet is te buiten gegaan.
 
"Het voorwerp van de maatregelen die de vrederechter met toepassing van artikel 223 BW kan bevelen, is in de wet alvast zeer ruim omschreven", schrijft professor Verschelden. "Zo kan het gaan om maatregelen ’betreffende de persoon en de goederen van de echtgenoten en van de kinderen’. De vermelde maatregel kan hieronder vallen maar de vrederechter kan geen maatregelen nemen die een inbreuk vormen op door de Grondwet en de verdragen beschermde (persoonlijkheids)rechten en vrijheden, zoals het recht op vrije meningsuiting."
 
Ook meningen geuit op het internet vallen onder dat recht, maar die vrijheid van meningsuiting is geen absoluut recht en kan beperkt worden, aldus de professor. "In principe kan dat enkel repressief en niet preventief. Ik denk dat er hier niet kan worden gesproken van een preventieve maatregel, nu het verbod is uitgesproken nadat de lasterlijke aantijgingen al ruim verspreid waren via Facebook. En hoewel de beledigingen tegenover de echtgenote al geruime tijd op het internet te lezen waren, kan de maatregel mijns inziens toch nog een dringend karakter hebben. De afbreuk aan de reputatie van de vrouw verzwaart immers van uur tot uur als de commentaren van de man zichtbaar zouden blijven. Het verbod dat de vrederechter uitsprak kan bovendien de misdrijven laster en eerroof verhinderen en beschermt daarnaast ook het privéleven van andere betrokkenen, in het bijzonder de kinderen van de echtgenoten."