De Predikherenlei in Ertvelde is een straat zoals er duizenden zijn in Vlaanderen. Recent verkaveld, nieuwe huizen. En aan weerskanten van de straat staat een mooie rij bomen, 109 stuks in totaal. Maar de elzen zijn van kleine boompjes in ijltempo opgeschoten tot zeer kloeke bomen. En nu zijn ze een doorn in het oog van de bewoners.

20 meter hoog

Filip De Clercq klaagde al langer over de bomen, maar kreeg nu de rest van de straat mee om een petitie te ondertekenen tegen de te snel groeiende bomen. ‘Met een veertigtal bewoners zijn we. Op twee na – mensen die geen last van de elzen hebben – heeft iedereen getekend. We zijn niet tegen bomen, maar deze soort is gewoon van bij het begin een foute keuze geweest. Deze elzen groeien vlotjes een meter per jaar en worden tot 20 meter hoog. De kruin van de boom kan een diameter van 10 meter hebben.'

‘En dat is niet het enige probleem', zegt De Clercq. ‘De wortels van de bomen kunnen vijf meter lang worden en duwen de stenen van opritten en paadjes omhoog. De herstellingen daarvan zijn duur. In de voortuinen maken die wortels het maaien van gras moeilijk of onmogelijk en ze veroorzaakten ook al schade aan grasmaaiers.'

En dan klagen de ondertekenaars ook nog eens over schaduw die de bomen in de tuinen veroorzaakt, laaghangende takken waar vrachtwagens tegenaan schuren en afvallende trossen die de straat bedekken en rioolmonden verstoppen.

Bij de wortel

Veel geklaag dus. Maar het gekke is dat zowel de schepen van Openbare Werken als de groendienst van de gemeente de klagers gelijk geeft. ‘In woonbuurten zijn elzen niet de meest geschikte bomen. Ze groeien inderdaad snel. Van 38 bomen zijn de wortels al ingekort. We bekijken hoe we de hinder nog meer kunnen beperken', belooft schepen van Openbare Werken Arsène Martens (CD&V/N-VA).

En ook bij de groendienst geeft men de fout toe. ‘Toen de straat werd aangelegd, werd dit type els – de ‘alnus spaethii' – aangeprezen als dé straatboom van de toekomst', zegt Charlotte Mergaert. ‘Intussen hebben we moeten vaststellen dat dit net als bij de Japanse kerselaar niet het geval is. We pakken in eerste instantie de problemen bij de wortels aan, en onderzoeken nu verder wat we kunnen doen.'