Laat je oren eens zien. Leraar Johan Bruyninckx keek vreemd op toen hij een kindbespreking bijwoonde in de middelbare Steinerschool in Gent. Bruyninckx had er eind april een tijdelijke opdracht van twee weken.

Op een donderdagavond werd een zestienjarig meisje, aan wie Bruyninckx geen lesgaf, uitgenodigd voor een twintigtal leerkrachten, met ook de schoolarts erbij. Ze kreeg volgens de interimaris vragen over haar privéleven: over de relaties binnen het gezin, over hoe ze opschoot met de jongens in de klas. Na haar vertrek vroeg de schoolarts iedereen het uiterlijk van het meisje te beschrijven. Symmetrie van benen en gezicht, vorm van gezicht en oren. Er werd gevraagd de komende week op haar voeten te letten.

Bruyninckx was behoorlijk van slag. ‘Niemand zei wat de bedoeling was, iedereen leek het evident te vinden.' In zijn klas kwam het voorval nadien ter sprake. ‘Amper drie kinderen van de 33 kenden de kindbespreking, anderen vielen uit de lucht', zegt Bruyninckx. Hij meldde zijn wedervaren aan de onderwijsinspectie.

Ook het kabinet van minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), is op de hoogte.

Vlezigheid van oren

Arnout De Meyere, vestigingsdirecteur van de Gentse Steinerschool, geeft het bestaan van de kindbesprekingen toe. ‘Ik begrijp dat ze voor buitenstaanders vreemd overkomen. Je moet het in de context zien. Misschien hebben we er fout aan gedaan meneer Bruyninckx niet in te lichten over het hoe en waarom.'

Maar hoe relevant is het om de oren van leerlingen te bekijken? ‘De vlezigheid van het oor biedt een beeld van hoe gezond iemand is. Hoe een leerling schrijft, of zijn schriften invult, zegt veel over hem. Wat die vragen betreft: we willen weten of een kind zich goed voelt en relaties dragen daar nu eenmaal toe bij.'

Alles gebeurt volgens de directeur met instemming van de ouders en van de jongere. ‘We hebben er in ons 25-jarig bestaan nog geen klachten over ontvangen. Maar misschien moeten we er wat breder over informeren.'

Voor De Meyere past een en ander in de traditie van alle Steinerscholen. ‘Het is voor de leerkrachten een oefening in waarneming', zegt hij. ‘Om een beter beeld van een leerling te krijgen. Hooguit twee tot drie kinderen per jaar worden zo besproken. Het wordt niet gebruikt om te bepalen of een leerling geslaagd is.'

De onderwijsinspectie bevestigt dat de melding is binnengekomen. ‘Dit wordt aan het dossier van de school toegevoegd en kan bij een volgende inspectie nader bekeken worden', zegt coördinerend inspecteur Jean-Louis Leroy. ‘Het gaat om de eerste en enige melding, en die komt dan nog niet van ouders. Dat weegt voor ons niet zwaar genoeg om er een zaak van te maken.'

Het toeval wil dat de inspectie net een doorlichting van de Steinerscholen, ook de Gentse vestiging, heeft gedaan. Het oordeel was niet ongunstig, maar er zijn ‘werkpunten'. De kindbespreking is niet door de inspecteurs vermeld.