‘In 2008 daagde voor een examen voor een job bij de federale overheid nog 66 procent van de ingeschreven kandidaten op. In 2011 was dat nog maar 56 procent', aldus Hendrik Bogaert.

Hij wijt die lage opkomst onder andere aan de te lange doorlooptijd van sommige examens, nu nog soms 7 maanden, ‘waardoor sommige sollicitanten al elders werk vonden.'

Maar een andere belangrijke verklaring is volgens Bogaert toch dat veel sollicitanten zich voor ‘de schone schijn' inschrijven. ‘Als werkzoekenden hebben ze de plicht om actief werk te zoeken. Sommigen maken zich er vanaf door zich voor een overheidsexamen in te schrijven, zonder dat ze voor dat examen ook opdagen.'

Ook Selor, het wervingsbureau van de federale overheid en dit jaar goed voor 4.000 vacatures, vindt het welletjes. Bogaert: ‘Het personeel van Selor steekt veel tijd in de voorbereiding van die examens.'

Rechten en plichten

Bogaert zal nu overleggen met de RVA en ook de VDAB en de Brusselse en Waalse tegenhangers Actiris en Forem, om aan deze bedenkelijke praktijken paal en perk te stellen. ‘Het uitgangspunt moet zijn dat wie zich voor een examen inschrijft, zich ook inspant om die job binnen te rijven.

‘Bedoeling is om een lijst van mensen die wél zijn komen opdagen voor onze examens door te geven aan onder andere de RVA en de VDAB. Zij kunnen dan de ‘nepkandidaten' ter verantwoording roepen. Werkzoekenden hebben in ons sociaal model rechten gekregen, maar ook plichten', zegt Bogaert.

Bogaert pleegt hierover nog overleg met de Privacycommissie. ‘Want het kan niet de bedoeling zijn dat de namen van mensen die voor een job bij de overheid solliciteren zomaar te grabbel worden gegooid.'