Het gaat al om de derde baanbrekende ontdekking waarbij de Antwerpse chemieprofessor Koen Janssens betrokken is. Met geavanceerde X-stralentechnieken spoort hij de unieke samenstelling van verfcomposities op en legt hij onvermoede ondertekeningen bloot.

Een bijna vierhonderd jaar oud paneel uit het Rubenshuis, dat algemeen bekendstaat als het portret dat meester Rubens van zijn 16-jarige assistent Antoon Van Dyck schilderde, zou niets meer of minder zijn dan een zelfportret van die piepjonge medewerker zelf.

Professor Koen Janssens mag niets verklappen over het onderzoek. Eerst moet alles officieel verschijnen in een wetenschappelijk tijdschrift. Pas daarna wil hij samen met het Rubenshuis de resultaten presenteren. Het embargo werd echter dit weekend geschonden door de Britse Sunday Times. Janssens zit verveeld met het lek.

Het Rubenshuis verwierf het paneel op een veiling bij Sotheby’s in New York in 1995 voor destijds 900.000 euro. Dat de schildershand nu verandert van Rubens naar Van Dyck betekent een wetenschappelijke omwenteling, maar hoeft financieel geen ramp te zijn.

Volgens Walter Liedtke van het Metropolitan Museum in New York is een zelfportret altijd meer waard dan een portret, zeker als het om een van Van Dyck gaat, van wie er maar negen bekend zijn. "Misschien is de waarde wel verdubbeld", schat hij.