Bergen zand, honderden takken en boomstammetjes, kleine vijvertjes, touwen en palen om zelf kampen mee te bouwen. De natuurspeeltuin is het gat in de markt. ‘We hebben er al een 20-tal ontworpen in heel Vlaanderen, in provinciale domeinen en op openbare speelplaatsen. De aanvragen blijven binnenkomen', zegt Els Huigens, die met haar architectenbureau Fris in het Landschap toch wel een pionier mag genoemd worden. ‘Negen jaar geleden zijn we ermee gestart in Sint-Amandsberg bij Gent.'

Kind wordt er beter van

Fris in het Landschap is intussen aan de slag (geweest) in onder meer Alveringem, Antwerpen, het Pastoorsbos in Beveren, het provinciedomein in Kessel-Lo, de Hoge en Lage Kouter in Wevelgem en de wijk Neerbroek in Zwijndrecht.

Gemeenten raken er stilaan van overtuigd dat natuurspeeltuinen de ideale manier zijn om de allerkleinsten weg te lokken van hun Playstation. ‘Kinderen spelen te weinig buiten', zegt ook Ilse Stoffels van het Provinciaal Groendomein De Averegten in Heist-op-den-Berg. ‘Ze nemen toe in gewicht en raken vooral motorisch achterop. Hoogtes schatten ze niet meer zo makkelijk in. Meer nog dan in de klassieke speeltuin, kunnen jongeren daar bijna ongemerkt in een natuurlijke omgeving aan werken. Zonder speeltoestellen. Maar wel met water, zand en hout. Voor hen een paradijs.'

In zo'n speelomgevong wordt niet alleen hun fysiek aangescherpt, ook hun fantasie raakt geprikkeld. ‘Ze worden creatiever: planten en hagen worden winkeltjes, huisjes of gevangenissen.' En niet onbelangrijk: hun sociale vaardigheden gaan erop vooruit. ‘Kinderen moeten overleggen om samen ergens over te geraken. Zijn er conflicten, lossen ze die makkelijker op.'

Net als lokale besturen spelen ook scholen in op de trend. ‘Tegels van de speelplaats vliegen eruit en worden vervangen door klauter- en klimparcoursen, met boomschors en stammen. Alles is minder steriel en een pak avontuurlijker', stelt Els Huigens. ‘We hebben net vijf basisschooltjes in Antwerpen onder handen genomen.'

Maar is het allemaal veilig? ‘Alles werd gekeurd door een keuringsdienst', zegt Ilse Stoffels in Hesit-op-den-Berg. ‘Op een natuurlijke ondergrond gebeuren er minder ongelukken dan op verharde speelplaatsen, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen in Nederland', aldus Els Huigens. ‘Die zetten aan tot ongecontroleerd rennen. Boomstammen stimuleren overleg. Wil je ze verplaatsen, moet je wel voorzichtig zijn.'

Blutsen en builen

‘Ouders blijven ongerust', zegt Bert Mellebeek, directeur van het speelbos De Hoge Rielen in Kasterlee. ‘Oude treinbiels zijn misschien een paradijs voor de kleintjes. Maar een doorn in het oog van mama's en papa's. Toch moet je de speelvogels niet betuttelen. Het is goed dat ze hun grenzen kunnen aftasten. Desnoods met builen en blutsen. Die horen erbij.'