De Grote Markt was dan ook zeer aardig volgelopen. Er werd serieus met grote leeuwenvlaggen gezwaaid, uiterst rechts voor het podium, en iets ironischer en feestelijker met tientallen mini-exemplaren, door gepiercete en getatoëeerde meisjes, door met allochtone snorren en tongvallen voorziene huisvaders en, godbetert, zelfs Franstaligen.

Goede luim was het wachtwoord: bij de breed lachende gastheer Raymond van het Groenewoud en zijn band - die keken dan ook de hele avond naar het prachtige stadhuis en de notabelen die zich op het balkon verdrongen. Er waren overigens opvallend weinig politici in de massa. Wel veel blije gezichten.

Het publiek werd opgewarmd werd door Het Zesde Metaal. Raymond hield het tempo hoog met ‘Maria Maria ik hou van jou’, krols gezongen door Helmut Lotti, terwijl Hannelore Bedert ‘Hij houdt van vrijen’ naar haar hand mocht zetten. Het was overigens een vrij geile set, want later passeerden ook nog ‘Er gaat niks boven seks’ en ‘Meisjes’. Rood, geel en zwart waren de backing vocals van de supermeisjes Isolde Lasoen, Naima Joris van Isbells en Loesje Maieu van Blackie and The Oohoos. Tussen die drie dames was er zelfs een ‘eremeisje’ in de vorm van Mich Verbelen, de bassist van Raymond.

Gul

Raymond was een gulle gastheer die de prijs voor de best geklede toeschouwer aan een meisje met rode schoentjes op de eerste rij gaf, Flip Kowlier aankondigde als ‘de grote zenmeester’ - en hem op piano begeleidde tijdens ‘In de fik’ en met Stijn een funky ‘Jan met de pet’ naar het toch wel verkleumde volk gooide. Hij acteerde bovendien grappig mee met de presentator met dienst, Warre Borgmans.

Om die reden werd de set waarschijnlijk stevig gehouden: ‘Aan de meet’ was een van de weinige liedjes die stil en intiem werden gehouden. Het zat precies halverwege in het optreden en het ontroerde. Daarna mocht de zweep er weer op. ‘Twee meisjes’ kreeg een stevige gitaarsolo, ‘Brussels by night’ een jazzintro. De multicultureel correcte boodschap in ‘L’étranger c’est mon ami’ mocht uiteraard niet ontbreken.

Er werd ongegeneerd toegewerkt naar een grootse finale met meezingers als Kowliers ‘Min moaten’ en ‘Vlaanderen boven’ en veel goed volk op het podium. Het was dringen op het podium met Raymonds grote band, de vele blazers, de driekleur van achtergrondzangeressen, en tal van andere muzikale vrienden. Een van de tofste slotfeesten in jaren, al klonk ‘Warme dagen’ onbedoeld ironisch.