Bij zijn tweede asielaanvraag in ons land had Parwais Sangari een brief van een Afghaans parlementslid bij zich waarin zijn asielverhaal bevestigd werd.

Navraag van onze correspondente in Afghanistan leert dat het bewuste parlementslid zich die brief niet herinnert. Ook De Morgen kreeg hetzelfde antwoord. 'Ik heb medewerkers laten zoeken in het archief of ik ooit een brief heb geschreven voor Parwais, maar dat is niet het geval. De brief is niet opgesteld door mij of mijn kantoor', stelt de man heel duidelijk in die laatste krant.

Volgens De Morgen geeft Parwais ook wel toe dat het parlementslid die brief niet zelf geschreven had. De brief zou door zijn oom geschreven zijn en enkel ondertekend door het bevriende parlementslid. Wat dan weer door dat parlementslid wordt ontkend. 'Ik ken die mensen niet.'

Parwais zelf hoopt nog steeds terug te kunnen keren naar ons land. Maar de Belgische ambassade in Afghanistan biedt hem niet veel hoop.

Zelf vertelt hij dat hij nauwelijks familie heeft in Kaboel en niet echt welkom is bij zijn tante. Ook bij dat verhaal werden eerder al vraagtekens geplaatst. Zo meldde onze correspondente donderdag: 'Dat Parwais niemand heeft in Kaboel, gelooft hier niemand echt. Veel Afghanen hebben grote families. Er is altijd wel een neef die opvang kan bieden. Maar volgens Parwais geldt dat niet voor hem.'