Ter situering: Rode Haan is een netwerk van vakantieboerderijen in de Noord-Italiaanse bergstreek Zuid-Tirol. Ontstaan vanuit de vaststelling dat veel boeren in de regio, door de kleine grondoppervlakte en gewijzigde landbouwtechnieken, moeilijk het hoofd boven water konden houden. Toerisme als alternatieve inkomstenbron dus. Het systeem zit goed in elkaar. De criteria om lid te worden zijn streng, maar dat is een kwaliteitslabel. Omdat een boerderij maximaal vier vakantiewoningen mag tellen, is kleinschaligheid gegarandeerd. Bedoeling is ook uitdrukkelijk om de gasten bij het boerderijleven te betrekken. 'Put people in touch with the rural world of South Tirol', is niet voor niets de slogan. Rode Haan laat dus enkel boerderijen toe, die nog actief zijn, en waar iets te beleven valt.

Einde van de wereld
Een actieve vakantie, daar houden wij wel van, en dus vertrekken we in de paasvakantie met hoge verwachtingen richting Zuid-Tirol. Op het programma: drie boerderijen. De eerste voert ons meteen naar het 'einde van de wereld'. Of zo voelt het toch. Vanuit het stadje Brüneck leidt een weg, door het dal van de Arhn, de bergen in. Onze opdracht: rijden zo ver we kunnen. Het Krahbichlhof, waar onze boerderijvakantie aanvangt, ligt in Kasern, een gehucht van Prettau, het laatste dorpje voor de weg verandert in een onverhard bergpad. Aan de andere kant van de bergen ligt Oostenrijk. Een hotel en twee restaurantjes. Meer is er niet. Behalve natuurlijk de overweldigende natuur. En af en toe een auto, een bus die draait (er is een verbazend vlotte busverbinding) en een handvol woningen en boerderijen. Waaronder dus het Krahbichlhof. De boerderij, gelegen op 1.600 meter, is al meer dan een eeuw in handen van dezelfde familie. Boerin Zita Gruber geeft ons (samen met hond Sonia, door Boris meteen liefdevol in de armen gesloten) een warm onthaal en brengt ons naar de recent (op allergievriendelijke wijze) gerenoveerde flat, waar we drie nachten zullen blijven. De behaaglijke warmte van de houtgestookte tegelkachel komt ons tegemoet. Dat is fijn, want in april aarzelt het weer in de bergen nog tussen winter en zomer. Het bankje dat boven de kachel is gebouwd, wordt meteen als 'hun hoekje' door de kinderen ingepalmd. Ik nestel me liever uit de wind op het terras, van zodra de zon zich laat zien.

Voor Zita afscheid neemt, belooft ze de volgende ochtend een ontbijt van verse melk en huisgemaakte jam. Langs haar neus weg vermeldt ze dat 'wie zin heeft om half acht naar de stal mag komen om te helpen.' Half acht? Met zo'n lange rit achter de kiezen zullen we nog wel zien. Maar natuurlijk gaan we helpen, de volgende dag. Al maak ik het niet zo bont als de Duitse dame die zich na een kleine week verblijf op de boerderij al zo heeft ingewerkt, dat ze met haar kinderen ijverig de koeienstal uitmest. Het voeren van kippen en geiten, dat is ook al mooi, niet? Het ontbijt met verse hoeveproducten is de passende beloning. De volgende dagen weerspiegelen onze activiteiten het grillige weer. Een dag vol zon grijpen we aan om te wintersporten. We komen nog net op tijd om de laatste dagen van het skiseizoen mee te maken. De Klausberg, op een kwartiertje rijden, is een klein maar aangenaam skigebied waar beginnende en gevorderde skiërs zich gemakkelijk een dag kunnen uitleven. Gevorderde koffiedrinkers nemen mee de lift naar boven en vatten met een dik boek post op één van de fraaie terrassen.

De volgende dag worden we getrakteerd op een flinke portie late sneeuw. Naast het perfecte excuus om die dag het stallenwerk te skippen, biedt ons dat de kans om een sneeuwwandeling te maken richting bergstübe (met worst en accordeonmuziek) en 's namiddags een bezoek te brengen aan de vlakbij gelegen Klimastollen, een opmerkelijk en bezienswaardig gezondheidscentrum voor mensen met luchtwegenproblemen. (zie hiernaast).

Zwemvijver
Een dag later vertrekken we onder een alweer stralende hemel richting tweede boerderij. Het Frötscherhof, een van de paradepaardjes van Rode Haan, ligt een stuk zuidelijker. En lager, wat zich prompt vertaalt in een veel zachtere, bijna zomerse temperatuur. Het mooie weer zet het idyllische karakter van de boerderij nog meer in de verf: de knappe houtarchitectuur van het oudste deel van de boerderij, de gigantische tuin met uitzicht op de omliggende bergen en beneden, in het dal, het charmante stadje Brixen. We arriveren rond de middag. Boer Sepp laat onze flat zien en maakt dan prompt een tuintafel klaar voor de uitgebreide picknick die we hebben meegebracht. Hij runt het melkveebedrijf samen met zijn vrouw Anna, die brood bakt en zelfgemaakte hoeveproducten zoals jam en vruchtensiroop, verkoopt. De sfeer op de boerderij is hartelijk en ongedwongen en nodigt uit tot relaxen. Ik besluit dan maar om dat, samen met de kinderen te doen, terwijl manlief gehoor geeft aan de kriebels om de berg achter de boerderij te bedwingen. Voor de kinderen is er genoeg verstrooiing. Naast een paar tientallen koeien (mooie koeien, met een zachte grijze kleur en lange wimpers, die zich zowaar laten aaien), vechten een pony, een hond, een handvol poezen een hok vol konijnen om de aandacht. En Boris sluit snel vriendschap met een Duits leeftijdsgenootje. Samen palmen ze de trampoline en daarna zelfs –het water is nog ijskoud, maar ze zijn niet te stoppen– de prachtige zwemvijver in. Als de avond valt, trekken bereidwilligen met boer Sepp de stal in (papa is gelukkig terug) om te helpen met strooien, voederen en vegen. En na het eten wacht nog een verrassing. Een oude dorpsbewoner en vriend des huizes strijkt met een ongezien assortiment muziekinstrumenten neer op de boerderij. We krijgen wijn en hapjes en een portie streekmuziek. Vooral de alpenhoorn maakt indruk.

De volgende dag moeten we dit paradijselijk stukje Italië helaas al verlaten. Maar dat doen we niet voor de kinderen boerin Anna hebben geholpen met brood bakken. De versgebakken broodjes krijgen we mee. Samen met een nieuwe voorraad jam goed voor een middagpicknick die niet kan tegenvallen.

Galop
De derde stop voert ons opnieuw hoger de bergen in. Het Oberfahrer Hof ligt in Flaas, een gehucht van bergdorp Jenesien, op een dik half uur rijden van het aantrekkelijke Bozen (Bolzano). De familie Zöggeler (met vijf kinderen!) heeft drie eenvoudige maar praktische appartementen ingericht. Het onze heeft een fraai terras dat uitkijkt over de mooie, wat ruwe streek. Alleen jammer dat wij het tijdens ons verblijf –hoog in de bergen is april echt nog geen zomer– niet zullen gebruiken.

Ook het Oberfaherhof is een melkveebedrijf –wie 's avonds de melkkan naast de melkmachine plaatst, krijgt ze gevuld terug), maar het is toch vooral de aanwezigheid van een vijftiental knappe Haflingerpaarden die ons naar deze plek heeft gelokt. Tijdens ons verblijf wordt zowaar nog een vers veulentje geboren. Terwijl de niet-ruiters zich uitleven op een lange wandeling door het prachtige gebied, neemt de boer mijzelf en dochter Valentien mee op een drie uur durende trip door bossen en weiden. Op de uiterst betrouwbare paardjes verlegt Valentien haar grenzen. In volle galop door een alpenweide. Met de breedste lach op haar gezicht, het doet ook de mama deugd. Net zoals die hele week. Weg van de wereld, volop in de natuur. Zo'n mooi leven. Al is het soms vroeg opstaan. www.rodehaan.it

Boerencafé
Naast authentieke slaapgelegenheid wil de Rode Haan mensen ook de kans geven om de originele keuken van Zuid-Tirol te ontdekken. De zogenaamde Buschenschanken of boerencafés (in heel Zuid-Tirol zijn er een veertigtal) serveren lokale gerechten met ingrediënten van de eigen boerderij. Met gevulde noedels, die aan ravioli doen denken, maar ook knoedels en spek, is de Tiroolse keuken er een die het midden houdt tussen de Italiaanse en de Oostenrijkse. Wij aten verrukkelijk in Villscheiderhof in Brixen. Op het menu: zelfgerookt spek, schlutzer (noedels met spinazievulling), wildragoût en lokale wijn en bessensap.

Adressen op www.rodehaan.it

In de buik van de berg allergie te lijf
Uniek in Europa: in Prettau werd een oude kopermijn omgevormd tot gezondheidscentrum voor mensen met allergieën en andere luchtwegenaandoeningen. De behandeling maakt gebruik van de pollen- en allergenenvrij lucht in de ondergrondse mijngangen. Een treintje brengt je naar de buik van de berg, waar je, na een groepssessie ademhalingsoefeningen, een comfortabele stoel krijgt toegewezen. Daar blijf je anderhalf uur lezen en relaxen bij een kopje kruidenthee.

Een keer testen geeft een goed gevoel, maar is te weinig om langetermijneffecten vast te stellen. Getuigenissen van mensen die er langer te gast zijn, zijn zeer positief. Allergieën worden draaglijker en ademhalingsproblemen nemen gevoelig af. In Prettau ontwikkelt zich langzaam verblijfstoerisme dat op de gasten van de Klimastollen is afgestemd.

www.ich-atme.com