Pierre Nobels (74) beleefde vrijdagavond de meest angstaanjagende momenten uit zijn leven toen hij thuis – in de Engelandlaan in Vilvoorde, een residentiële wijk – werd overvallen door twee jonge homejackers. De mannen gooiden de senior tegen de grond en knevelden hem gedurende drie kwartier om het huis grondig te doorzoeken.

De daders gingen uiteindelijk aan de haal met geld, bankkaarten, juwelen en twee exclusieve horloges. Maar niet zonder Nobels eerst af te dreigen. ‘Geen politie, want dan zullen we u vinden, zeiden ze. Waarna een van de daders zijn duim tegen zijn keel zette en duidelijk maakte dat ze m'n keel zouden oversnijden. Ik was compleet in shock.'

Bij de keel gegrepen

Nobels zat televisie te kijken toen rond 23 uur de bel ging. ‘Ik dacht dat het mijn dochter zou zijn. Sinds mijn vrouw overleed, komt ze geregeld een bezoekje brengen. Nietsvermoedend begaf ik me naar de deur. De automatische verlichting aan de voordeur was uitgeschakeld, dus kon ik niet zien wie voor de deur stond.'

Maar toen hij de deur opende, werd Pierre meteen agressief in zijn gezicht geduwd. ‘Ik viel achterover en zag meteen twee jongemannen. Ze waren gemaskerd en droegen werkmanshandschoenen. Ze grepen me bij de keel en hielden hun hand voor mijn mond, zodat ik niet om hulp kon roepen. Het waren twee jongemannen en ze spraken vloeiend Nederlands. Ik kon echter niet zien of ze gewapend waren.'

Inhoud van de kluis

De homejackers maakten al snel hun bedoelingen duidelijk. ‘Ze eisten het geld en de bankkaarten met codes uit mijn portefeuille. Dat gaf ik zonder aarzelen. Daarna gooiden de mannen me weer op de grond. De kleinste hield me in bedwang, terwijl de andere het hele huis doorzocht. Na de eerste inspectieronde eisten ze de inhoud van de kluis. Maar ik had helemaal geen kluis. Toen dacht ik dat ze me zouden aftuigen.'

Uiteindelijk kalmeerden de overvallers. ‘Ze wilden me vastbinden aan de koelkast, maar dat lukte niet. De tweede was plots erg gehaast om te vertrekken. Maar niet voordat ze mij nog met mijn leven bedreigden en me verboden de politie te bellen.'

Al vierde keer

Toen hij bekomen was van de ergste schrik, belde Pierre de politie toch op. Die kwam meteen ter plaatse, maar van de daders was geen spoor meer. ‘De dieven gingen aan de haal met geld en bankkaarten. Maar dat is niet zo erg. Ze stalen ook de briljanten ring van mijn vader en twee exclusieve horloges van Cartier en Coronel, een cadeau van mijn overleden vrouw.'

Het was al de vierde keer dat ze inbraken bij Nobels. ‘Maar dit was met voorsprong de meest beangstigende. Er zit niets anders op dan mijn huis verder te beveiligen.'