De zomer is voor Kristel Verbeke geen adempauze. Twee maanden lang zijn er opnames van de VTM-sitcom Hallo K3!. De vierde K3-film is net ingeblikt en de zomer afgetrapt met de single Waar zijn die engeltjes? We treffen haar na een break van tien dagen, waarin Kristel met haar man Gene Thomas en dochtertjes Nanou en Lily naar zee trok. Het weer was ellendig, maar de vakantie deed deugd. Het hele gesprek zit Stefan erbij, de man die Kristel al twaalf jaar begeleidt. Het typeert Studio 100, dat graag de controle behoudt. Zeker als de heilige drievuldigheid wordt doorbroken.

Het gebeurt zelden dat jullie alleen interviews geven, nu stuurde je er zelf op aan. Waarom?

‘De interviews met drie gaan altijd over de projecten van K3 en blijven dus automatisch meer aan de oppervlakte. Na al die jaren voel ik de behoefte om eens uit mijn rol te stappen, om te vertellen hoe mijn leven echt is. Zeker aan vrouwen die net als ik een drukke baan en een gezin combineren en denken dat het bij mij allemaal op rolletjes loopt. Ik hol ook, en sta na een optreden evengoed turnzakjes voor de kinderen klaar te maken. Dat is een kant die niemand ziet.’

Mensen stellen het zich glamoureuzer voor dan het is.

‘Zeker en dit is Amerika niet. Ik maak mijn eigen facturen en strijk de hemden van Gene zelf. Wie zou het anders doen? Het is niet altijd even gemakkelijk om werk en gezin te combineren, en ik vind het jammer dat zo weinig carrière­vrouwen dat durven toe te geven. Ik voel me soms een slechte moeder, omdat ik vaak een beroep moet doen op oma, maar onze generatie heeft eigenlijk geen keuze.’

Je bent ondertussen 36. Word je het niet beu om het kleine meisje te spelen?

‘We zetten ons niet op het niveau van kinderen. Echt niet. We blijven volwassenen, alleen zijn onze scenario’s op kinderen gericht en kleden we ons jong. De staartjes en blote buiken, dat is gelukkig geëvolueerd. We hebben ingezien dat dat niet hoeft om bij kinderen in de smaak te vallen. Het management houdt rekening met onze wensen. Voor de shows in Ahoy en het Sportpaleis hadden we de keuze tussen jurkjes met bolletjes en broeken met leren vestjes. Het zijn de leren vestjes geworden, en dat vind ik correct.’

Hoelang zie je jezelf dit nog doen?

‘Zolang het mijn passie blijft en mensen het leuk vinden. Het zal moeilijk worden om op mijn 45ste nog in deze rol te zitten, maar dan kan ik nog zoveel andere dingen voor kinderen doen. Zingen, verhalen vertellen, televisie maken, een weeshuis openen desnoods.’

‘Ik zal het er wel moeilijk mee hebben om K3 af te geven. Naast mijn gezin is dat het belangrijkste in mijn leven. Ik draag dat vaandel hoog. Ik word ook kwaad als mensen er slecht over spreken.’

Jullie staan ook in duel met de gesubsidieerde cultuursector. Hoe voel je je daarbij?

‘Ik vind dat jammer. Zelf luister ik naar Jamie Cullum en Madonna. Het ene is commerciëler dan het andere, maar is het daarom minder goed? K3 óf Kapitein Winokio, waarom moet dat? Een kind raakt echt niet besmet als het naar K3 luistert. Mensen zijn zo weinig verdraagzaam.’

Na het middelbaar studeerde je voor regentes.

‘Ik ben altijd goed geweest in taal, ik wou Germaanse talen gaan studeren. Dat mocht niet van mijn vader. Ofwel ga je werken, ofwel betaal je het zelf, zei hij. We hadden het niet breed. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik dertien was, ik ben bij papa blijven wonen. Ik deed zoveel mogelijk mijn duit in het zakje. Ik heb op de markt gestaan, paternosters verpakt bij de paters in Sint-Niklaas... Soms was het centjes tellen voor een brood. Niet gemakkelijk, maar dat besefte ik pas jaren later.’

‘Op mijn veertiende en zeventiende heb ik twee zussen verloren. Isabelle, mijn halfzus, stierf op haar 21ste in een auto-ongeluk, Veronique op haar elfde door CO2-vergiftiging in de badkamer. Mijn leven is niet altijd rozengeur en maneschijn geweest.’

Maken tegenslagen een mens sterk?

‘Ik vind het dubbel. Het maakt je sterk als je het een plek kunt geven. Ik blijf met liefde aan mijn overleden zussen, en vader ondertussen, terugdenken, maar ik leef in het nu. Ik wil niet overal foto’s zetten omdat ik me dan wentel in verdriet. Maar natuurlijk denk ik aan hen, elke dag. Je neemt het mee in een grote rugzak en probeert positief te blijven. Hoe kan het dat een mens zoiets twee keer meemaakt, vroegen we ons af, maar het was niet anders en we hebben het overleefd. Op brute kracht. Blijven doorgaan. En soms gewoon niet te veel nadenken. Maar ook: het beste kan je nog altijd overkomen, zolang je er maar in gelooft.’