Sinds IQ-testen een eeuw geleden voor het eerst afgenomen werden, bleven vrouwen gemiddeld vijf punten achter op mannen. Lange tijd suggereerden psychologen dat het verschil 'erfelijk' was. De kloof werd de afgelopen jaren echter steeds kleiner en dit jaar wonnen vrouwen de historische strijd der sexen.

'In de afgelopen honderd jaar stegen zowel de IQ-scores van mannen als vrouwen, maar van vrouwen steeg die sneller', aldus Flynn, een wereldautoriteit op het vlak van IQ-onderzoek. 'Dat is een gevolg van de vooruitgang. De hersenen passen zich aan de complexiteit van de moderne wereld aan.'
 
Dat vrouwen moeten multitasken, in gezin en werk, is een mogelijke verklaring. Een andere verklaring is dat vrouwen altijd een hoger IQ-potentieel hadden, maar het nu pas realiseren. Toch benadrukt Flynn, die binnenkort een boek over de inhaalbeweging uitbrengt, dat meer wetenschappelijk onderzoek nodig is om de trend te verklaren.
 
De geschiedenis van het IQ-onderzoek is controversieel, omdat het voortdurend verschillen tussen de geslachten en de volkeren toonde. De grootste stap was evenwel de ontdekking van het 'Flynn-effect', waarbij in de jaren tachtig bewezen werd dat het IQ van de mens gemiddeld steeg met drie punten per decennium.
 
Ook werd het bewijs geleverd dat het IQ niet erfelijk bepaald is en verbeterd kan worden.