Eerder voerden de provincie en de OCMW's een behoefteonderzoek uit bij de senioren. Alfons Nijs pakte de problematiek anders aan en peilde naar de armoedetoestand van de senioren in de verschillende deelgemeenten. Nijs stelde vast dat er de jongste zes jaar heel wat gerealiseerd werd voor de senioren maar dat, door de toenemende vergrijzing, de bestaande middelen niet altijd toereikend zijn voor de toekomst. ‘We hopen dat de toekomstige beleidsmakers in dit Zilverboek inspiratie vinden voor het bewerkstelligen van een seniorvriendelijk Boutersem en bij uitbreiding voor een meer sociaal en veiliger Boutersem. De verzuchtingen van de Boutersemse senioren kunnen immers bijdragen tot een versterking van de maatschappelijke samenhang’, meent Nijs.

Volgens Nijs is de Boutersemse senior meer dan een vriendelijke oudere die vanachter het venster naar de wereld kijkt en een kaartje legt bij de gepensioneerdenbond, maar wil hij actief bijdragen tot een betere, socialere en veiligere gemeente. Daarom doet de auteur niet alleen beroep op de solidariteit van de andere generaties maar roept hij iedereen op zich actief in te zetten voor een gemeente waar de jongeren nog een betaalbare woning of bouwgrond vinden. ‘We willen die andere generaties ook ontmoeten in dorpspunten en bij culturele en sportactiviteiten. Jonggepensioneerden en ouderen steken graag een handje toe als vrijwilliger en ze willen participeren in het culturele en sociale leven in de gemeente. Hopelijk kan dit Zilverboek lezers en de beleidsmakers overtuigen van de waarde van de senior en wordt het beeld van een louter zorgbehoevende bejaarde die veel geld kost, bijgesteld.’