Het horecaplan van staatssecretaris John Crombez bevat twee grote maatregelen. Het voert een nieuw statuut in voor gelegenheidsarbeid, terwijl voor vaste contracten een forfaitare vermindering van de werkgeversbijdrage voor vijf voltijdse werknemers in voege treedt, zij het in ondernemingen tot twintig werknemers.

De regeling voor gelegenheidsarbeid is een goede maatregel, vindt Danny Van Assche, voorzitter van Horeca Vlaanderen. Hij komt tegemoet aan de noden van de werkgevers en werknemers en hij creëert ruimte voor cafés, feestzalen en kleine brasseries.

Van Assche maakt daarbij een zijsprong naar de invoering van het rookverbod en merkt op dat de cafés tot nog toe verstoken waren gebleven van begeleidende maatregelen.

De lastenverlaging voor vast personeel bestempelt de voorzitter echter als minimaal. 'Het is goed dat de regering erkent dat er een lastenverlaging nodig is, maar wat hier voorligt, blijft heel beperkt'. Hij rekent voor dat ondernemingen maximaal 10.000 euro lastenverlagingen kunnen krijgen (het bedrag ligt hoger bij personeel jonger dan 26 jaar).

'Voor de heel kleine ondernemingen kan het misschien nog iets betekenen, maar vanaf vijf werknemers wordt de steun wel erg klein en restaurants met meer dan 20 werknemers vallen volledig uit de boot', betreurt Van Assche.

Hij merkt op dat er nog 28.000 personeelsleden actief zijn in horecabedrijven met 20 tot 50 werknemers. 'Vooral in de meest arbeidsintensieve restaurants - de gastronomie - zie ik niet in hoe men het volgend jaar gaat bolwerken', wanneer de geregistreeerde kassa wordt ingevoerd. Hij roept op tot verder overleg.