Een villa in een van de betere wijken van Bornem. Daar zwaait Kato –?een late dertiger?– de deur open. Met een stralende glimlach. Die van een winnaar, en dat nu al twee jaar lang. Zorgen heb je na het winnen van een Win for Life niet meer, klinkt het wel dagelijks op de radiospotjes. ‘Er zijn nog wat zorgen, maar de meeste zijn nu toch al twee jaar verdwenen, hoor. Want toen zag mijn leven er heus niet zo mooi uit als nu.’

Breed en makkelijk hadden ze het toen niet. Hun huisje was niet veel soeps, een koertje het noemen niet waard en een dak dat zo lek was als een zeef. Het getik van de regen bezorgde hen meermaals slapeloze nachten. Een verhaal dat zo wegleest als een stationsromannetje.

‘Cliché, ik weet het. Maar het is nu eenmaal zo. Onze ouders zijn niet rijk, een duwtje in de rug zat er nooit in. Met ons bediendeloon moesten we ook niet ver springen. Een kleine woonst in de rij in een dorpje waar mensen alleen komen omdat ze er moeten passeren. Meer konden we niet aan. 111.000?euro betaalden we ervoor. De eerste tot de laatste cent leenden we.’

Ongeval

Toch maakten ze er met de twee kinderen elke dag het beste van. ‘Maar makkelijk was het niet. Ik zat bij momenten echt wel op mijn tandvlees. We zijn levensgenieters, maar met een strakke broeksriem is dat niet altijd even simpel. Ooit zou het beteren. Daar was ik wel van overtuigd. In een boek, The Secret, had ik gelezen dat als je echt in iets gelooft, het werkelijkheid wordt. En het klinkt misschien zeer bizar, maar ik fantaseerde altijd dat ik met Win for Life won. En het wordt nog gekker. Op onze koelkast had ik zelfs zo’n biljetje geplakt. Een niet winnend. Maar met een stiftje had ik het aangepast, zodat het leek alsof ik ermee gewonnen had. Het boek hé, er blijven in geloven.’

Veel geluk bracht dat stukje karton op de koelkast niet, enfin, toch niet onmiddellijk. ‘Eerst ging mijn auto stuk. En kort daarna had ik zelfs een ongeval. Op weg naar het werk viel ik met de fiets tegen een tankwagen die passeerde. Blutsen en builen, maar het had veel erger kunnen zijn. Man, ik heb toen geweend bij het idee dat ik dood had kunnen zijn, wist ik veel dat net dat ongeval me veel geluk zou brengen.’

De dag erna kon ze namelijk niet gaan werken. ‘Het was de 29ste juni, ik voelde me rot. Een dag in de zetel, dat zou het worden. Met Oprah Winfrey op tv, roddelboekjes en een aardbeientaart. Ik trok naar de winkel en voor ik vertrok, vroeg ik nog snel een lotje.’

Gokverslaafden

Hét lotje, bleek iets later. ‘Ik kraste en daar stond het: Win for Life. Het kon niet waar zijn. Ik moest en zou het controleren. Ik keek op de achterkant van het biljet en daar stond een telefoonnummer. Onmiddellijk belde ik er naartoe en ik schreeuwde het uit dat ik dacht dat ik een winnend biljet had... Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil. En dan: Mevrouw... U bent hier op de hulplijn voor gokverslaafden.Blijkbaar staat dat nummer op elk biljet. Ze gaven me het juiste nummer. Het beste wat u kunt doen, is naar Brussel komen, vertelden ze me op de Loterij. Gelukkig was mijn man die dag met de fiets gaan werken en stond zijn auto nog thuis. Mijn linkerhand op het stuur en met in mijn rechterhand het biljet. Ik mocht het niet verliezen. Van thuis tot Brussel heb ik het voor geen halve seconde gelost. Intussen belde ik naar mijn man. Die werd gek. Nadat ik de telefoon had neergelegd, belde hij me nog zes keer terug. Hij was door het dolle heen. Ik ook, maar constant bleef er wel die vrees. Het zal toch wel waar zijn?’

Daar in Brussel staken ze het biljet in de machine. ‘Onmiddellijk kwam er een vrolijk mechanisch deuntje uit dat ding. Het was waar.’

’s Avonds vierden Kato en haar man, en tussen het klinken door startten ze ook met plannen. ‘Wie gaan we het vertellen? De vrienden. Wat gaan we doen met ons geld? Een huis met tuin. Weg van het lekkende dak. Onmiddellijk zijn we beginnen zoeken. Wat een gevoel. Terwijl we een paar jaar eerder op Immoweb zochten in de prijscategorie ‘0 tot 120.000 euro’, mochten we nu intikken ‘300.000 tot 450.000 euro’. Een maand later hadden we onze villa in een goeie wijk.’

Vrijheid gewonnen

Intussen weten de vrienden het al, net zoals enkele mensen uit hun buurt. ‘Maar niemand is al om geld komen vragen. Ze moeten ook niet, hier valt niets meer te rapen. De 2.000 euro gaat naar ons huis. En dat is eigenlijk een zalig gevoel. Word ik morgen ontslagen, dan is dat geen probleem, de Loterij betaalt verder af. We hebben eigenlijk vrijheid gewonnen. Ik werk nu halftijds en kan elke dag de kinderen gaan halen op school. En we kunnen ons ook al eens een folieke permitteren. Een etentje in een sterrenzaak, een smartphone onder de kerstboom,... En als de kinderen groter zijn, gaan we verre reizen maken.’

De kinderen zwaar verwennen doen ze niet. ‘We proberen ze duidelijk te maken dat de gebraden kiekens niet in hun mond gaan vliegen. Ja, ze hebben een tv en spelconsole op hun kamer. Maar die stond er niet van vandaag op morgen. Ze hebben er ook voor moeten sparen met de centjes die ze van ons krijgen als ze wat meehelpen. Ze moeten leren dat je moet werken voor geld. Ik ben nog niet vergeten dat ik zonder dat ene krasbiljetje nog steeds onder dat lekkende dak woonde.’