Wat is pastis?
Wat zit er in? Pastis is een aperitief op basis van steranijs, zoethout en kruidenextracten, dat in Frankrijk erg populair is. Het wordt bereid door 'maceratie' (weken) van plantaardig materiaal in alcohol. Gebeurt de bereiding door middel van distillatie (verdamping), dan krijg je geen pastis, maar wel anis (met het merk Pernod als bekendste voorbeeld). Zijn gele kleur krijgt de pastis van een kleurstof, meestal karamel.

Wat betekent het?
Het woord pastis staat voor 'mengsel'.

Waar komt het vandaan?
Oorspronkelijk uit Marseille. Na een verbod op absint in Frankrijk, in 1915, kwam Paul Ricard in 1932 met zijn recept voor de échte pastis de Marseille. Tegenwoordig mag een pastis slechts het opschrift 'pastis de Marseille' op de fles dragen als het 45 graden alcohol bevat en 2 gram anethol (ether) per liter, en voldoet aan een aantal andere regels. De pastis hoeft daarvoor niet écht uit Marseille te komen. Volgens het huis Ricard drinkt een Fransman gemiddeld twee liter pastis per jaar.

Hoe bereid ik het?
Je lengt 1 maat pastis (2 centiliter) aan met 5 maten water (het mag ook meer zijn). IJsblokjes doe je er, eventueel, pas daarna bij. De fles pastis bewaar je niet in de koelkast.

Zijn er variaties mogelijk?
Jawel: een Perroquet (met muntsiroop), een Tomate (met grenadine) of een Mauresque (met amandelsiroop). Een van de huiscocktails van onze tester Olivier Jacobs is een Green Beast: gelijke delen pastis, limoensap en suikersiroop, aangelengd met water. Een echte barman gebruikt pastis ook vaak gewoon om er even een glas mee te spoelen en het zo de typische anijsgeur mee te geven. Of hij druppelt wat pastis op een cocktail als 'parfum'.