Maar ik heb bewust gewacht: in geen geval zou ik de indruk willen wekken dat ik heb toegegeven aan de hetze tegen mijn persoon in bepaalde delen van de pers, in het bijzonder de krant De Morgen. Evenzeer wil ik vermijden dat de indruk zou bestaan dat ik deze beslissing zou nemen op vraag van de N-VA-leiding. Dat is geenszins het geval. Integendeel ben ik aangenaam verbaasd geweest door de vastberadenheid bij de mensen van N-VA om zich niet te laten intimideren door een ongegronde en onrechtvaardige hetze. Ik heb hen verschillende malen moeten vragen om mijn kandidatuur te mogen terugtrekken. Ik wil ook de N-VA’ers bedanken die geen voorstander waren van mijn toetreding maar die daarna steeds de genomen beslissing loyaal hebben gesteund.

Mijn enige bedoeling was eigenlijk het steunen van de lokale N-VA-lijst te Dilbeek en – wie weet – misschien opnieuw gemeenteraadslid te worden. In de praktijk zou ik dat doen van op een bescheiden 6e plaats. Ik ben niet naïef en wist dat mijn verleden als politicus bij het Vlaams Belang, de partij die ik al vorig jaar verliet, wel opgemerkt zou worden. Maar ik had niet gedacht dat ik in een heuse mediastorm zou terecht komen. Daarbij werden dingen over mij geschreven die weinig of geen verband met de waarheid hadden. Het was duidelijk de bedoeling van de haatzaaiers om in mijn verleden woorden of daden te vinden die mij – en via mij de N-VA - in verlegenheid zouden kunnen brengen. De oogst van de speurtocht was echter zeer mager.

Bij gebrek aan realiteit kwam dan maar de fictie. De krant De Morgen eigende zich het recht toe om terug te komen op een beschuldiging van bijna 30 jaar geleden, die al door twee rechtbanken was afgewezen. Iemand zonder vorm van proces veroordelen is fout, hoort men soms. Hoeveel erger is het dan iemand te veroordelen nadat hij een proces heeft gehad en is vrijgesproken? Het was duidelijk dat voor de inquisitie alle middelen goed zijn om de vermeende vijand te treffen. Het soort van mensen dat veroordeelde misdadigers graag een tweede kans geeft, heeft blijkbaar minder scrupules ten aanzien van (niet-veroordeelde) politieke tegenstanders.

Het stuk dat De Morgen schreef over een rel tussen linkse en rechtse studenten aan de KUL in 1984 was niet alleen leugenachtig en tendentieus. Het was ronduit crapuleus. Sta mij toe dat ik eens glimlach wanneer ik de volgende keer nog eens een progressieve journalist uit de hoogte hoor doen over de persoonlijke aanvallen en negatieve campagnemethodes die zo typisch zijn geworden bij Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ik waande mij zowaar, van op de 6e plek op de gemeenteraadslijst voor Dilbeek, heel even Obama of Romney. Tussendoor werd er ook af en toe, zomaar en uit de losse pols, aan toegevoegd dat ik "homofobe uitspraken" zou gedaan hebben, zonder deze uitspraken aan te voeren. Ik verontschuldig mij daarbij ten aanzien van De Morgen en co dat ik niet voldoe aan het beeld dat zij van mij menen te hebben. Het moet voor hen niet gemakkelijk zijn zoveel vooroordelen te hebben en die dan niet bevestigd te zien.

Het is ook een beetje verrassend vast te stellen dat er weinig aandacht is gegaan naar het feit dat ik het Vlaams Belang reeds vorig jaar had verlaten en dat daar diepgaande redenen voor waren. Waarom zou ik een partij – waarvan ik fractieleider in de senaat was en waarvoor ik best nog heel wat jaren parlementslid had kunnen blijven – verlaten, indien ik stiekem nog in de politieke boodschap van die partij zou geloven? Waarom en hoe zou ik, van op de zesde plaats te Dilbeek nota bene, de N-VA – een partij die een heel andere koers vaart - listig proberen om te vormen naar wat ik bewust heb achtergelaten? Heel af en toe, ja zelfs in de politiek, zijn de dingen gewoon wat ze lijken, niet meer, niet minder.

Wat mij het meest opviel, was dat er plots meer aandacht was voor mijn persoon als kandidaat-gemeenteraadslid voor de N-VA dan ik ooit had gekregen in mijn 17-jarige bestaan als senator voor het Vlaams Belang. Het was duidelijk dat dit niet meer over mij ging, maar dat sommigen van plan waren mijn kandidatuur met alle middelen aan te grijpen om de N-VA te beschadigen. VLD-boegbeeld Patrick Dewael ging daar zelfs zéér ver in. De Vlaamse kiezer is zelden onder de indruk van politiek geïnspireerde hetzes. Dat zal nu niet anders zijn.

Dat neemt niet weg dat ik en mijn zesde plaats op de lijst van Dilbeek niet belangrijk genoeg zijn opdat de N-VA het risico zou lopen dat de campagne voor de komende verkiezingen over iets anders zou gaan dan verandering en goed bestuur. Ik wil degenen die graag de aandacht zouden willen afleiden van de werkelijke inzet van de verkiezingen zelfs niet de minste kans geven om het ware debat te vermijden of te vervalsen. Daarom heb ik de N-VA van Dilbeek gevraagd om een andere waardige kandidaat te zoeken en deze beker aan mij te laten voorbij gaan. Ik ga dan in augustus of september liever eens naar het buitenland op verlof dan naar een electorale campagne. Het is de beste keuze voor mij én voor de N-VA. Ik wens niettemin alle andere kandidaten voor de N-VA in alle gemeenten van Vlaanderen veel moed en groot succes. Vlaanderen verdient het.