‘Ik ben door het oog van de naald gekropen', zegt Paul. En in zijn geval is dat zelfs bijna letterlijk te nemen. Het ongeval gebeurde vrijdagmiddag om 13.55 uur, op het vormingsstation van Schaarbeek. Paul, die zelf als seingever bij Infrabel op het treindepot werkt, reed met zijn Subaru Legacy naar huis. Paul zag een slagboom op het industrieterrein over het hoofd, hij reed de overweg op en hij werd 30 meter ver meegesleurd door een passerende trein.

Slagboom niet gezien

‘Aan beide kanten van de overweg staat zo'n slagboom', zegt Paul. ‘Maar die eerste heb ik niet gezien. Ook het belsignaal heb ik niet gehoord. Pas toen ik al op de overweg stond, zag ik dat de slagboom aan de overkant naar beneden was. Ik wou nog achteruit rijden, maar het was al te laat. Ik kon zelfs niet remmen. Ik hoorde plots een klap, en ik voelde hoe mijn hele auto werd meegesleurd.'

‘Meteen besefte ik wat er gebeurde, zegt Paul. ‘‘Mijn laatste uur heeft hier geslagen', zo schoot het door mijn hoofd.' De trein beukte aan 30 kilometer per uur op de auto in, en de treinbestuurder kon niet zomaar remmen. ‘Na die eerste klap had ik nog redelijk wat plaats in mijn auto. Maar de auto werd langzaam samengedrukt. Hoe verder ik werd meegesleurd, hoe kleiner de ruimte werd. Ik kon niets doen, ik had zelfs niet de tijd om in een veilige houding te kruipen. Ik kon het alleen maar ondergaan. En plots, toen er nog maar een paar centimeters over waren en ik ook platgedrukt zou worden, stopte alles. Ik knipperde met mijn ogen, en ik besefte: ‘Ik leef nog.'

Paul nam zijn gsm en belde zelf naar de hulpdiensten. ‘Hallo, ik zit onder een trein aan een overweg in Schaarbeek', zo probeerde ik de situatie uit te leggen. Maar die Franstalige man aan de andere kant van de lijn begreep er niets van. Ik heb zuchtend ingehaakt.'

De hulpdiensten die ter plekke kwamen, moesten even slikken toen ze het platgewalste wrak zagen. Maar tot hun verbazing leefde de chauffeur van de auto nog. ‘De hele tijd zijn ze op me in blijven praten', zegt Paul. Het duurde 45 minuten tot een uur vooraleer ze hem konden bevrijden. De brandweer moest de locomotief eerst opheffen met behulp van luchtkussens, en daarna het wrak openknippen.

‘Al die tijd zat ik vastgeklemd, als een sardientje in een blik. Ik kon mijn handen bewegen, mijn hoofd en mijn tenen. Mijn benen en mijn romp zaten vastgedrukt. Boven mijn hoofd had ik nog 10 centimeter ruimte over. Ik was vooral blij dat ik nog leefde.'

Twee breukjes

De hulpverleners legden Paul op een draagberrie om hem af te voeren. ‘Ik heb ze gevraagd of ze mijn gsm ook uit het wrak wilden vissen, zodat ik nog een foto kon nemen', zegt Paul. ‘Ik heb nog even geprotesteerd toen ze me naar het ziekenhuis wilden brengen. Ik mankeerde niets, vond ik.' Dokters ontdekten een kleine breuk in zijn bekken, en één in zijn staartbeentje. Gistermiddag mocht Paul het ziekenhuis al verlaten.

‘Het ongeval gebeurde op een dienstweg op een industrieterrein', zegt Infrabel-woordvoerder Thomas Baeken. ‘Op zo'n terrein zijn enorm veel overwegen. Het is onmogelijk om ze allemaal uit te rusten met signalisaties. In dat geval geldt de wegcode: je moet stoppen, en kijken. We investeren veel in sensibiliseringscampagnes, zowel intern als naar de buitenwereld. Dit bewijst dat zelfs mensen die al jaren aan overwegen gewoon zijn, zich laten verrassen.'

‘Mijn baas is blij dat ik nog leef', zegt Paul. Zijn ze dan niet boos om wat hij heeft aangericht? ‘Ach neen. Ik heb dat toch niet expres gedaan?'