Bill D. (63) uit Stekene (*) werd in 1994 in Spanje veroordeeld tot negen jaar cel nadat hij aan de Spaans-Marokkaanse grens in Algeciras werd betrapt met twee ton hasj in zijn vrachtwagen. Drie jaar zat hij in de gevangenis. Hij heeft altijd volgehouden dat hij van niets wist en dat hij het slachtoffer is geworden van een complot.

‘Ik weet dat ze zeggen dat truckers altijd weten wat er in hun truck zit. Of dat chauffeurs minstens toch moeten voelen dat de truck plots zwaarder is. Maar dat klopt niet. Op het moment dat de Spaanse politie die twee ton hasj in een dubbele bodem onder mijn truck vond, viel ik compleet uit de lucht.'

Na de arrestatie van Bill bleek uit informatie van de Belgische politie dat zijn werkgevers –een firma uit het Waasland– wél al een tijdlang in het vizier van de Belgische politie liepen in verband met grootschalige drugssmokkel. Eén van zijn ex-werkgevers is ondertussen ook veroordeeld in Oostenrijk.

Volgens Bill en zijn advocaat Walter Van Steenbrugge is het al sinds 1993 duidelijk dat Bill het slachtoffer werd van een machinatie. Na de veroordeling in Spanje trok Van Steenbrugge in 1995 naar de onderzoeksrechter in Dendermonde met een reeks getuigenissen die zouden kunnen aantonen dat de trucker er door zijn werkgever in was geluisd. De onderzoeksrechter die de zaak had moeten onderzoeken, deed echter jarenlang niets in het onderzoek, ondanks herhaald aandringen van de advocaat. De zaak verjaarde in 2009.

Gekraakt

Voor Bill D. is dat een bittere pil om te slikken. ‘Ik ben gekraakt in de gevangenis. Om nog maar te zwijgen over de financiële schade. Maar ik heb altijd gehoopt dat het gerecht in België zijn uiterste best zou doen om aan te tonen dat anderen boter op het hoofd hadden. Nu koester ik een verschrikkelijke wrok tegenover alles wat politie, douane en gerecht is.'

Een Brusselse rechter nam onlangs het onderzoek onder de loep na een klacht van Van Steenbrugge. Zij is in haar uitspraak streng voor het werk van de Dendermondse onderzoeksrechter: ‘De rechtbank besluit dat de onderzoeksrechter niet heeft gehandeld zoals een normaal, zorgvuldig en omzichtig onderzoeksrechter. (...) Uit analyse blijkt dat bepaalde onderzoeksdaden niet en andere slechts zeer laattijdig uitgevoerd werden. Nochtans blijkt dat het standpunt van de heer D., namelijk dat hij als onwetend lokaas werd gebruikt om andere drugstransporten te verzekeren, plausibel was en nader onderzocht diende te worden.'

Volgens de rechtbank heeft de Belgische staat –de werkgever van de onderzoeksrechter– onder meer artikel 5 van het Europees verdrag van de Rechten van de Mens geschonden .

Advocaat Van Steenbrugge is blij met de uitspraak. ‘Deze zaak bewijst dat controle op de rechterlijke macht wel degelijk mogelijk is. Een rechter –en zeker een onderzoeksrechter– heeft veel macht en moet gecontroleerd kunnen worden door andere rechters.'

Van Steenbrugge blijft er tot op vandaag van overtuigd dat zijn cliënt in Spanje ten onrechte werd veroordeeld. De Belgische staat heeft nog een maand de tijd om beroep aan te tekenen tegen de uitspraak.