Maurice Ropers stond gedurende tientallen jaren met een loterijkraam op de hoek van de Zuidervest. ‘Op alle kermissen waar we gestaan hebben kregen we altijd dezelfde plaats’, zegt hij.

‘Iedere dag zelf een attractie uitbaten begon te veel te vergen van zijn lichaam. ‘Tegenwoordig moet het allemaal haastig en snel’, zegt Maurice. ‘Ik help nu mijn kinderen en kleinkinderen die een eigen kermisattractie hebben.’

Geboren tussen attracties

Zelf is de nestor van de foor geboren tussen de kermisattracties. ‘Ik heb nooit iets anders gekend’, mijmert hij. ‘Maar ik heb een mooi leven gehad op de kermis’. Ropers vindt wel dat de foor vroeger veel mooier was. ‘Er waren boks- en danstenten en er stonden standwerkers’, legt hij uit. Tegenwoordig lijkt alles teveel op mekaar. Alle kramen hebben hetzelfde speelgoed en voor de rest moet het snel en flitsend zijn. Er is geen plaats meer voor humor en amusement.’

Ook de sfeer tussen de foorkramers is veranderd, volgens Ropers. ‘Wij bleven nog slapen in onze woonwagens’, gaat Maurice verder. ‘De foorkramers dronken 's avonds samen een pint. Maar tegenwoordig gaat iedereen naar huis.’

De crisis is overal voelbaar en dat is op de kermis niet anders, volgens Ropers. ‘De mensen hebben minder geld’, zegt hij. ‘Maar er is ook veel meer aanbod dan vroeger. Ieder weekend is er wel ergens een festival en de pretparken trekken ook veel volk weg.’

Niet kapot te krijgen

Toch denkt Maurice dat de kermis niet kapot te krijgen is. ‘In een pretpark moet je betalen als je binnengaat’, zegt hij. ‘Hier kan je gratis komen rondslenteren. Er is altijd wel iets te doen op de foor.’