Sinds 2008 hebben onder meer het Sheratonhotel, Marriott, Renaissance Brussels Hotel, Bristol Stéphani, Plaza Hotel en Warwick Barsey een ster minder boven de deur hangen. Niet dat de voormalige vijfsterrenhotels een slechte evaluatie kregen: ze vroegen zelf aan de Franstalige Gemeenschapscommissie (Cocof) of Vlaanderen Internationaal om in een lager segment te belanden. Want dat brengt beter op, zo blijkt. De schuld ligt in de eerste plaats bij de economische crisis.

‘In 2008 heeft de farmaceutische industrie beslist dat haar personeel niet langer in vijfsterrenhotels kon verblijven. Dat was vooral voor het publieke imago, ze konden het nog wel betalen. Om dezelfde redenen zijn de banken, vastgoedbedrijven en ondernemingen gevolgd’, weet hotelmanager Thorsten Fink van Marriott, rechtover de Beurs.

Hij meent dat zijn klanten ook weinig belang hechten aan het aantal sterren. ‘Ze komen hier voor onze goede naam. Onze interne standaarden zijn wereldwijd dezelfde.’

Volgens Rodolphe Van Weyenbergh van de Brussels Hotels Association heeft de trend ook te maken met overnames. ‘Een groep heeft vaak bij voorkeur maar één vijfsterrenhotel in zijn portfolio. Een ander kan verplicht worden om naar het viersterrensegment over te stappen.’

Zo kocht de Amerikaanse groep Starwood recent Le Méridien op. Sindsdien telt andere dochter Sheraton een ster minder. Een laatste argument is te vinden in de gemeentetaksen. In sommige gemeenten zijn die heel verschillend naargelang het segment van het hotel. Toch zijn de kamers nu niet goedkoper geworden in de hoofdstad. Volgens de Cocof, die voor de meeste hotels verantwoordelijk is, is een vijfsterrenhotel soms minder duur dan een met vier sterren. Binnen de twee jaar mogen we alvast drie nieuwkomers verwachten: er wordt druk gewerkt aan het Astoria in het centrum, een gebouw aan de Grote Markt en HNA in Woluwe. De huidige toppers zijn Stanhope, Sofitel Louise, Sofitel Europe, Royal Windsor, Le Méridien, Métropole, Amigo en Conrad.