Uit de studie blijkt dat de mannen aan boord bij een schipbreuk twee keer meer kans hebben om het ongeval te overleven dan de vrouwen. Kinderen hebben de kleinste overlevingskans.

Er zijn wel uitzonderingen, zo ontdekten wetenschappers van de universiteit van Uppsala toen ze de overlevingsgraad van 15.000 schipbreukelingen tussen 1852 en 2011 analyseerden. Zo overleefde 70 procent van de vrouwen en kinderen de ramp met de Titanic in 1912, tegen 20 procent van de mannen.

Ook bij de ramp met de Birkenhead, een schip dat in 1852 zonk in de Indische Oceaan, lag de overlevingsgraad bij vrouwen hoger dan die bij de mannen.
Bij elf andere onderzochte scheepsrampen kwamen de mannen er procentueel beter vanaf. In de vijf laatste gevallen was het verschil in overlevingsgraad te klein.

Ook de kapitein en zijn bemanning blijken overigens vooral aan zichzelf te denken. Hun overlevingsgraad ligt hoger dan die van de passagiers. Bij de ramp met het cruiseschip Costa Concordia begin 2012 nog, verliet de kapitein het schip en liet hij de 4.200 passagiers achter. Tweeëndertig passagiers kwamen toen om.

Gelijkaardige verschillen in overlevingskansen tussen de sekses werden opgetekend bij studies naar het menselijke gedrag bij natuurrampen.