Tot nu toe werd aangenomen dat kanker het gevolg is van genetische veranderingen in cellen, waardoor die ongecontroleerd splitsen en woekeren. Dat zou betekenen dat elke cel evenwaardig is. Maar drie studies –een Belgische, een Nederlandse en een Amerikaanse– hebben nu los van elkaar bewezen dat de ene kankercel de andere niet is: helemaal bovenaan de ladder staan de kankerstamcellen, dé boosdoeners die de tumoren doen groeien. Zij weerstaan aan chemo- en radiotherapie.
Het Belgische team van professor Cédric Blanpain (ULB) is er nu als eerste in geslaagd om –via een nieuwe kleurtechniek– individuele huidkankercellen met een fluorescerend eiwit te markeren. Daardoor kon hun ontwikkeling dagenlang worden gevolgd.
Wat het team ontdekte bij hun muizen met huidkanker, was zo mogelijk nog belangwekkender: ‘Een stamcel kan zich ofwel delen in één nieuwe stamcel en één normale kankercel –die maar een beperkt aantal keer kan delen– ofwel in twee normale kankercellen', vertelt onderzoeker Gregory Driessens. ‘Bij een goedaardige huidtumor produceren de stamcellen voornamelijk normale kankercellen. Maar hoe agressiever de tumor, hoe vaker uit een stamcel een nieuwe stamcel tevoorschijn komt.'
Dat opent perspectieven voor de behandeling: ‘In plaats van de kankerstamcellen volledig te willen uitroeien, wat heel lastig is, kunnen we ze ook een duwtje geven in de richting van het pad van de normale kankercellen, waardoor de tumor overwegend goedaardig wordt', zegt Driessens.
De redactie van het gezaghebbende tijdschrift Nature heeft het over een ontdekking van formaat: ‘In de plaats van te verifiëren of een nieuwe chemotherapie de tumorgroei stopt en het gezwel doet krimpen, moeten we ons misschien afvragen of we wel op de juiste cellen mikken', schrijft het blad. ‘Misschien kunnen we de stamceldeling zodanig stimuleren dat we de slechte cellen uitputten', zegt Blanpain.
‘In elk geval weten we nu dat we altijd de kankerstamcellen in het vizier moeten nemen. Want als we er niet in slagen die te vernietigen, keert de tumor gegarandeerd terug. De weg is nog lang. Toch durf ik stiekem te dromen dat we binnen vijf jaar misschien wel de échte doorbraak meemaken.'