Dinner in the sky
Dat laatste wordt meteen duidelijk tijdens ons eerste middagmaal in het viersterrenhotel Fragsburg in Merano. Een 'small lunch' daar betekent genieten van vijf (zes als je de koffie en koekjes meetelt) gangen van de met een Michelin-ster bekroonde chef Luis Haller op een terras op 1.500 meter hoogte. Wat een uitzicht, dit noemen ze in Zuid-Tirol dus een 'dinner in the sky'.

We sturen onze blik weer richting het eten. De duivenborstfilet en het speenvarken smaken heerlijk, maar we zijn het meest onder de indruk van het bordje vis: zalm op vier wijzen (gestoomd, gebakken, gemarineerd en kaviaar) met in het midden een hoorntje met mosterdijs. Laat mosterd nu het laatste zijn waar wij ooit ijs van zouden maken, maar het goudgele bolletje smaakte zacht en romig en helemaal niet naar een hotdog van een kermiskraam.

Tussen de gangen door graaien we gretig in het mandje met het shuttelbrod, een plaatselijke broodbereiding waarbij het deeg –zonder gist, met komijn– voortdurend geschud moet worden als het in de oven zit. Tegenwoordig gebeurt dat meestal met trilplaten, maar er zijn nog ambachten die het uitputtende werkje zelf doen 'want dan smaakt het beter'.

Dansen in de sauna
De 'small lunch' heeft uiteindelijk enkele uren in beslag genomen, waardoor we toch maar beslissen om alles goed uit te zweten in het wellnesscomplex van Hotel Andreus (vijf sterren) in San Martino-Val Passiria. Daar is een zekere Helmuth Haller aan de slag, een spierbundel wiens job het is om halfnaakt te dansen in een sauna waarin de temperaturen vlot boven de 90 graden Celsius gaan. Terwijl hij danst, verbrijzelt hij ijs over de kokende saunastenen en komen er geuren als munt en melisse vrij. Met een handdoek en sierlijke bewegingen waait hij die warme lucht onze richting uit. Het lijkt wel of er een vuurbal door ons heengaat die al onze kwaaltjes –een verstopte neus en dergelijke– verschroeit tot er niets meer van overblijft. En Helmuth, die blijft dansen en waaien en dansen... Dat moet je dus kunnen om wereldkampioen sauna infusion te worden.

Twaalf minuten later –of vroeger voor wie het niet kon uithouden– zoeken we verkoeling op. Niet in het traditionele ijskoude water, maar in de Sneeuwkamer, een kleine ruimte van nog geen 4 vierkante meter waarin het voortdurend -12 graden is en waar je in moet blijven tot je het koud krijgt. Om dan de hele cyclus opnieuw te doen.

De wijn van de graaf
Nu onze neus weer de volle 100 procent werkt (dank u, Helmuth), is het moment gekomen om domein Manincor van de graaf Michael Goëss-Enzenberg in Caldaro te bezoeken. De graaf en zijn familie maken er zeven wijnen: drie witte, één rosé en drie rode. Tijdens de rondleiding valt ons al meteen iets vreemds op: aan enkele wijnranken hangen lege flessen. Niet dat we beweren een wijnkenner te zijn, maar volgens ons zijn er toch iets meer stappen in het wijnproces. 'Als de druiven geplukt zijn, worden de ranken bijgesneden. Uit de takjes komt ook nog vocht, een zuur sap', legt de graaf ons enthousiast uit. 'Daar kun je geen wijn van maken, maar we verkopen die aan chef-koks die ermee willen experimenteren in de keuken. Ze gebruiken het sap bijvoorbeeld als vervanger voor citroen- of limoensap.' 

Heel interessant, maar nu is het tijd om te proeven.
We drinken de Moscato Giallo (wit, 2011), de Sophie Chardonnay (wit, 2010), de Kalterersee (rood, 2011), de Réserve del Conte (rood, 2010), maar het is vooral de volle smaak van de rode Cassiano (2009) die ons bevalt. We vinden hem zelfs zo goed dat we er spijt van hebben dat onze koffer al redelijk vol zit en we maar één fles mee naar huis kunnen nemen.

Omgevallen boom met vijf sterren
Het principe 'glaasje op? Laat je rijden' is nu niet echt van toepassing aangezien het hotel waar we overnachten, het Vigilius Mountain Resort (vijf sterren), niet bereikbaar is met de wagen, maar alleen met de kabelbaan. De mensen met hoogtevrees –zoals wij– moeten echter niet panikeren. 'Dingen naar boven op een berg brengen is al jaren een specialiteit van de ingenieurs hier', vertrouwt een Zuid-Tiroler ons toe in het naar boven gaan. 'Zelfs als het stormt, ben je hier veilig.' Oef.

We moeten de vrouw gelijk geven, want in geen tijd (en zonder naar links en rechts te slingeren) waren we aan het hotel. De architect van het Vigilius is duidelijk naar een andere school geweest dan zijn streekgenoten. Het hotel lijkt in niets op alle andere die we hier in de streek gezien hebben. Van buitenaf moet het op een omgevallen boom lijken, 'zodat de natuur boven op de berg niet verstoord wordt door een lelijk gebouw'. Al bij al is dat nog goed gelukt, vinden we. Zodra we binnenstappen, lijkt het wel alsof we in een andere wereld terechtkomen. We hadden zoiets als de Fragsburg verwacht, een soort jachthuis met hertenkoppen aan de muur en een berenvel op de grond voor een gigantische open haard. Maar het mountain resort is heel modern en minimalistisch. Eigenlijk het tegenovergestelde van het romantische Fragsburg, maar daarom niet minder mooi.

Golfen in de bergen
Modern of niet, een yogasessie en een comfortabel bed later zijn we volledig uitgerust voor een 'actieve' dag, want vandaag gaan we golfen. In onze jonge jaren hebben we talloze minigolfparcoursen afgelegd en we achten ons dan ook klaar voor het grote werk. Iets te voorbarig, zo blijkt, want golf is moeilijk én vermoeiend. En pijnlijk, als je voor de zoveelste keer keihard in de grond slaat. Maar die enkele keren dat onze 'swing' wel goed zit en we een glimlach op het aangezicht van onze golfinstructeur zien verschijnen, voelen we ons superman. 'Kijk', zegt de jonge leraar. 'Zie hoe je golfbal tussen de bergen naar de zon toe zweeft.' Door onze concentratie waren we het uitzicht even vergeten. De pijn is niet voor niets geweest.

Na de inspanning –en alweer zo'n heerlijk lange lunch– is het opnieuw tijd voor wat ontspanning. Deze keer brengen we een bezoekje aan de Therme Merano. In vergelijking met de oase van rust in Hotel Andreus is het hier aan het zwembad een drukte van jewelste. Reden? Dit wellnesscomplex is bedoeld voor families. Er zijn hier dus tientallen kinderen kabaal aan het maken. Echt tot rust komen, doe je er niet.

Als afsluiter trekken we onze stapschoenen aan voor een bezoekje aan kasteel Boymont in Missiano. Na een half uurtje steil bergop stappen, bereiken we buiten adem het dertiende-eeuwse slot dat eigendom is van hotel Korb (vier sterren). Een frisse pul bier helpt er ons weer bovenop zodat we ook hier ontdekken dat het panorama spectaculair is.
Zuid-Tirol is het 'andere Italië', maar Zuid-Tirol is ook 'anders' voor iedereen die ernaartoe gaat. Voor de skiër, voor de gestresseerde die tot rust wil komen, voor de gastronoom, voor de wijnkenner, voor de romanticus... Het enige wat voor iedereen hetzelfde is, is het geweldige uitzicht.