Het was opvallend, de undercover-reportage van VRT-journalist Tim Verheyden. Hij trok met een verborgen camera naar het Nederlandse Maastricht, vlak voorbij de grens met Lanaken. Nog maar net aangekomen of hij werd al aangesproken. Een man vroeg hem of hij ‘iets nodig had’. Zonder problemen kon hij marihuana aanschaffen bij een straathandelaar. Tussen het aanbod ook de zwaardere drugs. Cocaïne bleek eveneens geen enkel probleem.

Drugskoeriers die je bedienen op klaarlichte dag. Het is schering en inslag in Nederland, waar de in mei ingevoerde wietpas zijn doel duidelijk voorbijschiet. Buitenlandse drugstoeristen kunnen hun spul nog steeds aankopen. Niet meer in de veilige haven van de coffeeshops, maar wel ergens in een achterbuurt.

De helft van de coffeeshops in Maastricht sloot inmiddels de deuren wegens gebrek aan klanten. De mensen met een domicilie in Nederland hebben niet veel zin om zich te laten registreren. De buitenlanders worden geweigerd en scoren op straat. De Nederlandse politie gaat de strijd tegen de illegale drugshandel opvoeren. Extra agenten zullen het antwoord zijn voor het probleem dat vergroot.

Grenscontroles succesvol

Intussen blijken de grenscontroles aan Belgische zijde wel succesvol. ‘Bij controles aan onze grensovergangen betrappen we nog een op de vijftien bestuurders met drugs op zak. Dat was voor de invoering van de wietpas een op vijf’, zegt Marino Keulen (Open VLD), burgemeester in Lanaken. ‘Bij de controles op de bussen is het nog frappanter en gingen we van een op zes naar een op honderd betrapten.’

Eerder gaven de grensgemeenten al aan de doorgedreven controles lange tijd aan te houden.