Als de economie slabakt, zijn er weinigen die juichen. De enige die op dat moment wel goed zaken doen, zijn de veilinghuizen. Ze zijn een barometer voor het economische leven. Dit jaar doen de veilinghuizen goede zaken. Francis Reynaert van het Roeselaarse veilinghuis Venalis bevestigt dit. ‘Het is jammer om te zeggen, maar als het elders slecht gaat, gaat het bij ons goed. We doen het op dit moment vijf tot tien procent beter dan vorig jaar in dezelfde periode.'

Twintig zakken kroketten

Bij Venalis gaan zowel grote machines als kleine objecten over de toonbank. Het merendeel wordt online geveild. ‘Wie dat wil, kan online zijn hele huis inrichten. Van zetel tot eettafel en van bureau tot keuken. Heel wat designstukken zijn via veilingen voor een betaalbare prijs te koop.’ Een topstuk dat onlangs onder de hamer ging, was een secretaire, een klein uitschuifbaar bureautje. Voor 12.500 euro ging het naar een koper uit Hong Kong, die het meteen in New York liet leveren. ‘Antiek was vroeger voor veel mensen onbereikbaar. Via veilingen kunnen particulieren stukken kopen waar ze vroeger nooit toegang tot hadden.’

Het grotere aanbod van faillissementen heeft volgens Reynaert geen invloed op de verkoopprijs, want de afzetmarkt wordt door het internet internationaler. Zaken die in ons land weinig waarde hebben, kunnen wel hoge toppen scheren in andere landen.

Niet enkel antiek of design doen het goed op de online veilingen. Zelfs voeding gaat de deur uit. Het Roeselaarse veilinghuis kreeg de opdracht de inboedel van een supermarkt te verkopen. ‘Mensen gingen naar huis met twintig zakken kroketten of honderd zakken diepgevroren coquilles. Geen idee wat ze er achteraf mee doen, maar het verkoopt.'

Venalis behandelt vooral faillissementen. En dat zijn er dit jaar opvallend veel. ‘Ook kleinere zelfstandigen gaan tegenwoordig over de kop. Landbouwbedrijven bijvoorbeeld, of bakkerijen en frituren. Normaal sectoren waarin men goed verdient. De laatste twee maanden veilden we de inboedel van drie frituren. Dat is een teken aan de wand.’

Geen reserves

Reynaert verklaart het hoge aantal faillissementen door de economische crisis van 2009. ‘De kleine zelfstandige moest toen zijn reserves aanspreken. Die reserves werden niet opnieuw aangevuld en zijn nu uitgeput. Als het slecht gaat, hebben ze geen alternatief meer.’