Het aantal arbeidskaarten B waarmee een buitenlander een jaar kan komen werken in Vlaanderen (voor een bepaald beroep bij een bepaalde werkgever), klimt weer uit het dal. Na een piek in 2008 (meer dan 40.000) donderde het aantal omlaag tot 18.000 in 2010, maar in 2011 klom het weer naar 22.500. Dat blijkt uit jaarverslag van het Agentschap Werk en Sociale Economie.

De daling na 2008 had twee oorzaken. De crisis en daarnaast de Europese regelgeving: de nieuwe EU’ers – Polen, Hongaren, Esten, Letten, Litouwers, Slovenen, Slovaken en Tsjechen – hadden als EU-burgers geen arbeidskaart meer nodig. Ons land mag tot 2013 nog wel een kaart eisen van Roemenen en Bulgaren.

Zij maken vandaag twee derde uit van de arbeidskaarten B. Een groot deel van hen werkt in de land- en tuinbouw. Hun aantal daalde door de crisis van 15.000 in 2008 naar 11.000 in 2010. In 2011 ging het cijfer weer naar 15.000. Een arbeidskaart bekomen, is moeilijk en werkt dus tot op zekere hoogte als een rem; in 2013 valt die rem weg. (Maar intussen wordt die rem ook omzeild; er zijn ook Roemenen en Bulgaren die hier zonder arbeidskaart in het zwart werken, of als valse zelfstandige).

Gezinshereniging

In de stijging van de arbeidskaarten B zit ook een stuk ‘gezinshereniging’. Wie hier voor een jaar bij een bepaalde werkgever mag werken, mag onder voorwaarden ook zijn gezin meebrengen. De partners mogen dan ook een arbeidskaart aanvragen. Die zijn al met 1.133. Velen daarvan duiken op bij de dienstenchequebedrijven. Als straks 60 procent van de dienstenchequewerknemers uit de werkloosheid moet komen (DS 3 augustus), zal deze groep het moeilijk krijgen.

De categorie ‘hooggeschoolden en leidinggevenden’ waaraan een arbeidskaart B wordt toegekend, zit ook weer in de lift. Vooral multinationals laten daarmee personeel overkomen. Het hoogtepunt werd bereikt in 2008 (4.600); de crisis deed dit inzakken tot 3.750. Eind 2011 is het weer geklommen tot 4.000.

Dan zijn er nog de arbeidskaarten C. Dat zijn er jaarlijks ruim 10.000. Enkele jaren geleden ging het vooral om vreemdelingen die niet legaal waren, maar regularisatie vroegen. Hun aantal (5.500) verschrompelde na de grote regularisatieoperatie. Sinds kort zijn het vooral asielzoekers (5.000) die zes maanden na het indienen van hun aanvraag, nog geen beslissing gekregen hebben.