De onderzoekers bonden zestig katten uit de omgeving van Athens in Georgia gedurende zeven weken een kleine camera om. Elke kat trok dagelijks vier tot zes uur naar buiten. De jagende katten doodden per week gemiddeld twee diertjes. Een kwart daarvan namen ze mee naar huis, 30 procent aten ze op en 49 procent lieten ze liggen. 'Daar hielden vroegere schattingen geen rekening mee', aldus de onderzoekers.

Grootste slachtoffers waren hagedissen, slangen en kikkers (41 procent), gevolgd door kleine zoogdieren (25 procent), insecten (20 procent) en vogels (12 vogels).

Maar de poezen zijn ook een gevaar voor zichzelf. 45 procent stak een gevaarlijke weg over, terwijl een kwart van de dieren allerlei dubieuze dingen opat en een vijfde in nauwe doorgangen kroop. Mannetjeskatten namen meer risico's dan vrouwtjes, en oudere dieren bleken voorzichtiger dan jongere. Nog opmerkelijk: trouw zijn de beestjes allerminst. Eén op de twaalf katten ging elders een huis binnen voor voedsel of affectie.