Veldslagen zal je hier niet meer meemaken, maar een bezoek aan Alésia en zijn museum MuseoParc slingert je meteen 2000 jaar terug in de tijd. Alésia, in het departement Côte-d'Or, is de beslissende plek waar Julius Caesar in 52 v.Chr. met z'n 60.000 Romeinen kwam, zag en Vercingetorix met z'n 300.000 Galliërs overwon. Zo voegde hij heel Gallië aan het Romeinse Rijk toe.

Het modernistische MuseoParc, in de vorm van een cirkel en met een opvallende houten gevel, ligt sierlijk ingepast in het glooiende landschap en toont die historische gebeurtenis uit de Franse geschiedenis in haar volle omvang. Je komt er via indrukwekkende ensceneringen, 3D-reconstructies, schaalmodellen, displays, kijkkiosken op de wandelroute en een Romeins kamp, oog in oog te staan met barbaarse oorlogsscènes. Voor het drie uur lange parcours krijg je een audiogids mee met een keurige Nederlandstalige uitleg.

In de film 'Droom van een verslagen koning' duik je zelfs verrassend midden in de strijd en zie je hoe het Romeinse leger de meest uitgekiende vechtmachine tot dan toe was, dankzij het strategische inzicht van Caesar.

Vreedzamer zijn de interactieve workshops –ook zeer leerrijk voor kinderen– die je een idee geven van het dagelijkse leven van de dwarsliggende Galliërs in hun vreedzame dorpjes en de gebruiken van de overheersende Romeinen. Asterix en Obelix zijn nooit veraf. De Romeinen wisten trouwens wat feesten was, zo blijkt. Een jaar telde ruim 100 feestdagen. Aanvankelijk met godsdienstige inslag, maar gaandeweg gingen ze gepaard met gladiatorenspektakels, wagenrennen en theatervoorstellingen. Waar haalden die pierewaaiende Romeinen dan nog de tijd de Galliërs in de pan te hakken, vraagt een mens zich af?

Belgische archeologie

Dat archeologie helemaal niet stofferig hoeft te zijn, ontdekken we in Bibracte (Saône-et-Loire), een 100-tal km verderop. Van de 37.000 archeologische plekken in Bourgogne is deze vindplaats in de bergstreek Morvan veruit de grootste. Sporen van deze Gallische vestingstad van 10.000 inwoners en het leven in die tijd zijn intussen overwoekerd door bomen en stokoude planten. Het uitgestrekte oppidum van 200 ha werd vermoedelijk in de 2de eeuw v.Chr. gebouwd, achter een dubbele rij versterkingen uit hout, steen en aarde. In de 19de eeuw startten hier wetenschappelijke opgravingen die echter 50 jaar later werden stopgezet. Pas in 1984 werden ze hervat op initiatief van de Franse president François Mitterrand, niet toevallig afkomstig uit de Morvan.

Het oude stratennetwerk wordt geleidelijk hersteld en een deel van de oude wallen en fundamenten van woningen is gerestaureerd. In de zomermaanden kan je onder meer Belgische wetenschappers en archeologiestudenten aan het werk zien met schepjes en kwastjes om alles zorgvuldig bloot te leggen, maar ook de nieuwste lasertechnieken worden toegepast. Bibracte vergeet ook de kunstenaars niet: nog tot 11 november stelt de Oostendse artieste Linda Molleman haar installatie Kei-balk tentoon. Kei-Balk beeldt de voordeur uit van een groot Pompejaans huis waar momenteel ook opgravingen gebeuren. Het werk is een 4 meter hoge metaalstructuur gevuld met keramiekscherven die bovengehaald werden. Aan de rand van de site huist ook een gerenommeerd onderzoekscentrum en een modern museum dat de hele Europese Keltische cultuur belicht.

Toetje is Le Chaudron, een restaurant waar een Gallische maaltijd op eiken tafels wordt geserveerd. Een terrine van linzen, wilde munt, spinazie en kikkerbilletjes, alles uitgeschept in één aarden bord met een houten lepel en daarbij een flinke kruik gerstebier: misschien gastronomisch geen sterretje waard, maar toch kennen we er eentje toe voor de ambiance.

Romeinse sandalen

Onze veldtocht door Bourgogne brengt ons in de late namiddag naar het nabije Autun, eertijds zusterstad maar ook rivale van Rome. De stadswallen van het vroegere Augustodunum behoren tot de best bewaard gebleven Gallo-Romeinse wallen. Twee van de vier toegangspoorten van destijds zijn redelijk bewaard gebleven. Vooral de porte d'Arroux is indrukwekkend door de afmetingen en de elegante bovengalerij. Laat in het stadje ook niet na het deels gerestaureerde antieke Romeinse theater uit de 1ste eeuw te bezoeken dat toen liefst 20.000 zitplaatsen telde. Vandaag hebben er in het zomerseizoen historische schouwspelen plaats. 'Het theater in steen komt dan weer tot leven en zelfs wie geen Frans verstaat zit sprakeloos te kijken naar de opvoeringen', weet de Hollandse stadsgids Joyce.

Maar het is het VIII-ste Romeins Legioen dat elk jaar in mei opzien baart. Dan vertrekt een tiental heldhaftige Romeinse krijgers aan het vervallen klooster van de Saint Lazare-basiliek in Autun voor een zevendaagse mars over Bibracte naar Alésia.
De tocht van 120 km lang in vol ornaat, tot de Romeinse sandalen toe, gaat langs onverharde wegen en door water en bos, net zoals Caesars troepen 2000 jaar geleden. Alles oogt best spectaculair, de tien mannen nemen ook twee pakezels mee. Die halen altijd het einddoel, de krijgsmannen daarentegen...

Mysterie

Het onbetwistbare pronkstuk waar Bourgogne trots op is, staat in het nieuwe Musée du Pays Châtillonnais in Châtillon-sur-Seine (Côte-d'Or). De vondst van een eenvoudige landbouwer in 1953 was een wereldgebeuren. In het onooglijke gehucht Vix stootte de man op 2,5 meter diepte op enkele reuzenscherven in brons. Grondige restauraties in het Parijse Louvre leidden tot een weelderige vaas van 1,65 m hoog, 1,27 m doorsnee en 208 kg zwaar, de grootste amfora ooit teruggevonden. Wetenschappers gaan ervan uit dat ze moet dateren uit de 6de eeuw v.Chr. en diende als een soort wijnkruik van duizend liter bij grote banketten of feesten. In de buurt van de vondst waren ook resten te vinden van een zegekar met kostbare vrouwenjuwelen en sieraden, wat wijst op een immense praaltombe van een gefortuneerde dame of een vorstelijke prinses. Wie die dame was, weet niemand. Was de vaas een zakelijk geschenk? Een amoureus cadeau? Het blijft een mysterie en de vaas gaat sindsdien door het leven als Le vase de la Dame de Vix.

www.franceguide.com
www.bourgogne-tourisme.com
www.beaune-tourisme.fr
www.alesia.com
www.musee-vix.fr
www.raileurope.eu


De sterren van Charolles

Bij het naderen van Charolles (Saône-et-Loire) hangen regenwolken boven de koolzaadvelden en glooiende weiden. Meer geel en groen kan het niet zijn. Hier grazen ongestoord de befaamde blond-beige charolaisrunderen op het malse gras. Zij zijn de sterren van Charolles, luidt het in Bourgogne. Gelukkig weten ze niet wat hen te wachten staat. De koe is hier zo heilig dat er een heus museum annex instituut, La Maison du Charolais, aan is gewijd.

'Al in 1770 trokken charolaiskwekers honderden kilometers verder naar de rundermarkt in Poissy om de Parijse bourgeoisie te voorzien van de delicatesse uit de Bourgogne', weet gids Eleonore. 'Per jaar krijgen maar een 1000-tal dieren het AOC-kwaliteitslabel toegekend. Dat gebeurt op basis van het karkas, het vetgehalte en de marbrering van het vlees. Zelfs de graasweiden worden gekeurd want die bepalen voor een groot deel de smaken en aroma's'.

Het Maison organiseert het hele jaar door onder meer kookateliers waarin je leert hoe je een lap charolais perfect moet bakken. In de tuin loopt er een permanente collectie –hoe kan het anders?– cow art, kunst op nepkoeien, en oh nostalgie: in de geschenkenshop vind je nog een echt Koetje Boe-spel.

Perfecte entrecote

Een man die een perfect Charolaisstuk weet te bereiden is Frédéric Doucet van Hotel de la Poste in Charolles. Ooit begonnen met een dorpscafé en charolaisrund als specialiteit, runt hij vandaag zijn restaurant-hotel dat een ommetje waard is. 'Nogal wat Belgen kennen al de weg naar hier. Ik heb hier zelfs twee Belgische koks aan het fornuis', lacht de chef. 'En laat je niet afschrikken door mijn Michelinster, want we presenteren al een menu voor 50 euro'.
Op ons bord proeven we 400 g (!) allerbeste charolaisentrecote met groenten, vergezeld van een flesje wijn –dat andere uithangbord van Bourgogne. Nadien hebben we nog net een plaatsje voor een romige Epoisseskaas als dessert. Al wordt er lang niet meer gegeten uit koperen potten, Abraracourcix, het stamhoofd van de Galliërs in het dorpje van Asterix wist het al: er gaat niks boven een Bourgondisch feest.

www.hotel-laposte-doucet.com
www.maison-charolais.com


Van anijsgeuren en filmdecors

Bourgogne bulkt van de dorpjes met een apart verhaal. Wij pikken er drie pareltjes uit.
De opnames voor de mythische film La grande vadrouille (1966), met Bourvil en Louis de Funès, en voor Chocolat (2000), met Juliette Binoche, zetten Flavigny-sur-Ozerain op de wereldkaart. Tegenover het kerkje waar pastoor Henri zijn donderpreken gaf ligt het winkelpand waar Binoche de chocolaterie La Célèste Praline opende tijdens de vastentijd. Het dorp behoort tot de 'plus beaux villages de France'. La Grange op het kerkplein serveert heerlijke boeuf bourguignon en in de straatjes ruikt het naar anijs. Hier worden ook Les Anis de Flavigny gemaakt, de bekende snoepjes die verpakt worden in kleurige fraaie doosjes.

In het pelgrimsstadje Paray-le-Monial - Parapluie-le-Monial bedenken we bij enkele forse regenbuien tijdens ons bezoek-is het aangenaam winkelen in de middeleeuwse nette straatjes. Het Musée du Hiéron toont een indrukwekkend la Via Vitae van de Parijse juwelier Chaumet: een 3 ton wegend monument uit 1900 dat Christus' leven uitbeeldt in 138 figuurtjes van goud, ivoor en diamant. En voor de petite histoire: volgens de auteurs van het boek Koning en onderkoning (uitg. Van Haelewyck) zou ons koningspaar ook een van de jaarlijkse 600.000 bezoekers van dit Franse bedevaartsoord zijn.

In 1820 kocht de rijke Franse familie Montgolfier –die van de ballonnen– in Marmagne de 12de-eeuwse romaanse cisterciënzerabdij van Fontenay. Het bijzonder goed bewaarde bouwwerk prijkt op de Unesco-werelderfgoedlijst. Stap zeker eens de kerk binnen; wanneer de zon op de witte muren weerkaatst is de compleet kale ruimte overdonderend. In de magnifieke Franse tuin van 2 hectare werd in 1990 een scène gefilmd voor Cyrano de Bergerac. Op dit domein woont en werkt ook de 31-jarige eigenaar Francisco Aynard, telg van de Montgolfiers. 'Ik win altijd de wedstrijd van het mooiste bureau', lacht de man trots.

www.ferme-auberge-la-grange-flavigny21.fr
www.musee-hieron.fr
www.abbayedefontenay.com

Het tgv-station Le Creusot-Montceau-les-Mines –4 uur sporen vanuit Brussel-Zuid– is een ideale startplaats om de Bourgogne te verkennen.