Maar één ding moet je de Britten nageven. Team GB staat waar het wil staan, met nog één weekend voor de boeg: zeer hoog op de medailleranglijst, achter absolute sportwalhalla's als de Verenigde Staten of China. Het klopt dat Britse atleten zich overtreffen onder zoveel enthousiasme.

Maar de Britse sport drijft niet alleen op geestdrift, maar ook op een Nationaal Plan, geschraagd door bijzonder veel geld. In vergelijking met Peking werd het budget gevoelig opgetrokken. Voor Londen 2012 gaat ruim 400miljoen euro naar de Britse sport. Geld pompen in de sport rendeert, als het wordt ingezet op de juiste projecten. Vlaggenschip is het Britse baanwielrennen, bijgenaamd The Plan: een dubbelspel tussen een wielerploeg en de Britse wielerfederatie, een meerjarenplan met zakken vol Britse ponden. De Britten graaiden vrijwel alles mee wat er te pakken viel.

Nu valt het budget van België niet te vergelijken met dat van het Verenigd Koninkrijk. Vlaanderen heeft 22,5miljoen euro veil, Brussel en Wallonië dragen nog eens ongeveer 10miljoen euro bij. Maar het topsportdenken moet wel hetzelfde zijn. Dat wil zeggen: gericht inzetten op projecten. En in het geval van België: over de taalgrenzen heen, zelfs al werkt onze geregionaliseerde topsportstructuur tegen. Zie naar de Borlées en in hun zog de 4x400meter, met experts uit Vlaamse, Brusselse en Waalse universiteiten in hun team.

O ironie: voor het Internationaal Olympisch Comité is er maar één de Belgische minister van Sport. Er werd een compromis gevonden: zowel Philippe Muyters als André Antoine waren één week lang ‘Belgische' minister van Sport. Dat beiden dat deuntje van Chariots of fire maar goed in hun oren knopen. En dat ze de uiteindelijke medailletabel meebrengen, waar Team GB zo hoog op prijkt. En vooral: dat ze de manier waarop onthouden.