Albert Destoop was nog maar 25 jaar toen hij aan zijn job als kerkbaljuw begon. ‘In die tijd werd de taak van een kerkbaljuw echt gezien als een job’, begint Albert zijn verhaal. ‘Ik deed het in bijberoep, naast mijn werk als magazijnier in Sofinal. Mijn baas ging daar toen mee akkoord dat ik af en toe eens van het werk wegliep om mijn werk als kerkbaljuw te kunnen doen.’

Unicum

Ondertussen zijn er al heel wat jaren gepasseerd en zo komt het dat Albert al 55 jaar aan de slag is als kerkbaljuw. De Waregemnaar werd al verschillende keren gehuldigd maar zijn laatste huldiging afgelopen zaterdag was toch een grote verrassing. ‘Eigenlijk wist ik het niet echt dat er iets voor mij georganiseerd werd. Het was dan ook een grote verrassing toen plots bleek dat de hele kerkdienst aan mij werd opgedragen en de kerk vol zat met mensen die allemaal speciaal voor mij gekomen waren.’ Eigenlijk is het niet meer dan logisch dat Albert gevierd werd. Vijfenvijftig jaar dienst hebben als kerkbaljuw is zo goed als een unicum in Vlaanderen. ‘Ik kreeg zelfs een officiële brief van de bisschop. Als ik er nog vijf jaar bij doe, en dus zestig jaar als kerkbaljuw werk, zal de paus mij misschien persoonlijk komen feliciteren. Stel je voor.’

Taken

Wat Albert dan precies al al die jaren doet? ‘Tgoh, ik doe vanalles’, aldus Albert. ‘Ik zet de kelken klaar, hang de gewaden op hun plaats, zorg ervoor dat de orde bewaard blijft in de kerk. Ja hoor, zelfs in de kerk durft er al eens iemand te luid te roepen of zich niet aan de regels te houden. Ik heb al verschillende keren iemand de deur moeten wijzen in de kerk. Zo krijgen ook wij wel eens een dronkaard over de vloer. Bovendien is bij mij iedereen gelijk voor de wet. Bijvoorbeeld tijdens de offerande krijgt niemand voorrang van mij, zelfs mijn goede vrienden niet. Maar dat weet iedereen ondertussen. In Waregem ben ik al lang geen onbekende meer. Beter nog: de volledige stad kent mij. En iedereen feliciteert me met mijn huldiging. Dat is zalig, het respect dat je van iedereen krijgt.’

Tot het einde

Albert is echter nog lang niet van plan om te stoppen met zijn job als kerkbaljuw. ‘Ik blijf doorgaan zolang mijn gezondheid meewerkt. Sterker nog: ik zal kerkbaljuw zijn tot ik doodga. En dan zullen ze een nieuwe moeten zoeken maar die zullen ze volgens mij niet rap meer vinden.’